Waarom Alleen op Vakantie Gaan Goed voor Je Is

Laat me raden: je staat op het punt om die ticket te boeken, maar je muis blijft hangen boven de bevestigingsknop. Of misschien heb je al geboekt en breekt het klamme zweet je nu uit bij de gedachte dat je straks in je eentje op een terras in Barcelona of Bangkok zit. Ik ken dat gevoel. De eerste keer dat ik alleen op reis ging – naar een vrij onschuldig stadje in Zuid-Spanje – voelde ik me op Schiphol alsof ik naar het front werd gestuurd. Iedereen om me heen kwebbelde met partners of vrienden, en ik stond daar maar met mijn rugzak en een ietwat overdreven stapel tijdschriften als troost.

Mensen noemen het vaak “dapper”. “Goh, wat stoer dat je dat durft,” zeggen ze dan met zo’n blik alsof je zojuist hebt aangekondigd dat je zonder zuurstof de Everest gaat beklimmen. Maar eerlijk? Het heeft weinig met dapperheid te maken. Het is een keuze voor vrijheid, en soms gewoon pure noodzaak omdat, laten we wel wezen, je vrienden nu eenmaal geen oneindige vakantiedagen of budget hebben.

Na jarenlang solo de wereld over te sjouwen, van hostels in Vietnam tot B&B’s in de Ardennen, kan ik je vertellen: het verandert je. En niet op die zweverige “ik heb mezelf gevonden” manier, maar op een praktische, rauwe manier. Je wordt harder, zachter, en vooral onafhankelijker.

Het einde van het eeuwige compromis

Laten we direct met het allerbeste aspect beginnen. Het compromis is dood. Als je met anderen reist, bestaat je dag voor 40% uit logistiek overleg. “Hoe laat staan we op?”, “Willen we Italiaans of Aziatisch eten?”, “Gaan we naar dat museum of blijven we aan het zwembad?”. Het is een constante dans van geven en nemen.

Als je alleen reist, ben jij de dictator van je eigen vakantie. En geloof me, dat is verslavend. Wil je opstaan om 12:00 uur ‘s middags en ontbijten met ijs? Niemand houdt je tegen. Heb je na tien minuten in het Louvre genoeg gezien van de Mona Lisa en wil je weg? Je loopt gewoon naar buiten. Ik heb ooit in Tokio vier uur lang in een kantoorvakhandel rondgehangen omdat ik pennen aan het testen was. Als mijn partner erbij was geweest, hadden we waarschijnlijk na tien minuten ruzie gehad. Alleen? Geen zuchtende reisgenoot, geen schuldgevoel. Gewoon jij en honderden pennen.

Dit klinkt egoïstisch, en dat is het ook. Maar het is een gezonde vorm van egoïsme die je in het dagelijks leven, vol verplichtingen en sociale verwachtingen, zelden ervaart.

De mythe van eenzaamheid (en het sociale vangnet)

Het grootste struikelblok voor soloreizigers is de angst om eenzaam te zijn. Het beeld van de zielige reiziger die in zijn eentje een pizza naar binnen werkt terwijl om haar of hem heen lachende groepen zitten. De realiteit is vaak compleet het tegenovergestelde. Sterker nog, ik heb me tijdens groepsreizen wel eens eenzamer gevoeld dan tijdens mijn solotrips.

Er gebeurt namelijk iets wonderlijks als je alleen bent: je wordt benaderbaar. Een groep of een stel is een gesloten fort; daar breek je als buitenstaander niet zomaar in. Maar iemand die alleen op een bankje zit of in de rij voor de nachttrein staat? Dat nodigt uit tot een gesprek.

  • In hostels is het bijna onmogelijk om alleen te blijven, tenzij je je opsluit in je kamer met een ‘do not disturb’ bordje op je voorhoofd. Loop de gemeenschappelijke ruimte in, vraag of die ene stoel bezet is, en tien minuten later heb je plannen om de volgende dag samen een waterval te bezoeken.
  • Lokale bevolking reageert anders op je. Ik ben in Portugal uitgenodigd voor familiediners puur omdat ik een praatje maakte met de eigenaar van een koffietentje. Met een groep vrienden achter me was dat nooit gebeurd.
  • De gesprekken gaan vaak dieper. Omdat je elkaar waarschijnlijk nooit meer ziet, of juist omdat je in hetzelfde schuitje zit, sla je de “wat doe je voor werk” fase vaak over en heb je het ineens over je grootste angsten of dromen terwijl je wacht op een bus in Laos die drie uur vertraging heeft.

Je lost je eigen problemen op (en dat voelt machtig)

Er gaat onherroepelijk iets mis op reis. Je mist een trein, je wordt opgelicht door een taxichauffeur, of je staat in een hotelkamer waar de airco klinkt als een opstijgende Boeing 747. Als je samen bent, kijk je elkaar aan: “Wat doen we nu?”. Je deelt de stress.

Alleen sta je er, nou ja, alleen voor. Dat klinkt eng, maar het is de beste training voor je zelfvertrouwen die je kunt krijgen. Ik herinner me een moment in Napels waar ik compleet verdwaald was in een wijk die niet bepaald in de VVV-folders stond, en mijn telefoonbatterij het begaf. De paniek sloeg even toe. Maar tien minuten later zat ik – met behulp van wat handen- en voetenwerk en de hulp van een oude dame – toch in de juiste bus.

Dat moment dat je ‘s avonds in bed ligt en denkt: “Wow, dat heb ik gefixt”, dat pakt niemand je meer af. Je leert vertrouwen op je eigen oordeel en intuïtie. Je wordt een probleemoplosser in plaats van een passagier.

Het “Alleen Uit Eten” dilemma

Oké, we moeten het hier even over hebben. Voor veel mensen is dit de eindbaas van soloreizen: ‘s avonds in je eentje in een restaurant zitten. Het voelt de eerste keer als een spotlight op je gericht staat. “Kijk die eens, die heeft geen vrienden.”

Spoiler alert: niemand kijkt naar je. Iedereen is veel te druk bezig met zijn eigen eten, zijn eigen gesprek of zijn eigen telefoon. Na een paar keer ga je het zelfs waarderen. Je kunt mensen kijken (mijn favoriete hobby), rustig proeven wat je eet zonder te hoeven praten, en gewoon… zijn.

Mocht je het toch ongemakkelijk vinden, hier zijn wat tactieken die ik door de jaren heen heb geperfectioneerd:

  • Neem een boek of e-reader mee. Een boek is het universele signaal voor “ik vermaak me prima, dankjewel”. Het geeft je een houding en iets om op te focussen.
  • Ga aan de bar zitten als dat kan. De barman of -vrouw is vaak in voor een praatje, en je zit niet zo “ten toon gesteld” aan een leeg tafeltje voor vier. In steden als New York of Londen is aan de bar eten zelfs de norm voor soloreizigers.
  • Lunch uitgebreid en doe ‘s avonds iets simpels. In veel landen (vooral Zuid-Europa en Latijns-Amerika) is de lunch de hoofdmaaltijd. Ga dan lekker uitgebreid tafelen; dat voelt overdag vaak minder beladen dan bij kaarslicht in de avond. Haal ‘s avonds lekker streetfood of wat lekkers bij de supermarkt.

De financiële realiteit: De “Single Supplement” vloek

Laten we niet te romantisch doen, er is ook een nadeel en dat raakt je portemonnee. De reisindustrie is nog steeds bizar ingericht op koppels. Die vermaledijde eenpersoonstoeslag (single supplement) kan je budget flink opblazen. Een hotelkamer kost vaak hetzelfde, of er slaapt nu één of twee personen in. Tenzij je voor hostels kiest, ben je per nacht vaak duurder uit dan wanneer je de kosten zou delen.

Aan de andere kant: jij beheert het budget. Geen discussies over of we 50 euro of 150 euro uitgeven aan dat diner. Als jij vandaag wilt leven op bananen en crackers om morgen een helikoptervlucht te boeken, dan doe je dat. Ik heb reizen gemaakt die spotgoedkoop waren omdat ik genoegen nam met basic vervoer en accommodatie waar mijn vrienden hun neus voor op zouden halen. Die totale financiële controle heft het nadeel van de duurdere kamers vaak weer op.

Veiligheid: Niet paranoïde, wel alert

Thuisblijvers, en dan vooral bezorgde moeders, hameren vaak op de veiligheid. “Is dat niet gevaarlijk, alleen?” Het antwoord is genuanceerd. Ja, je bent een makkelijker doelwit voor een zakkenroller dan een groep van zes rugbyers. En nee, je hebt geen tweede paar ogen dat op je tas let als jij even op de kaart kijkt.

Maar soloreizen maakt je ook scherper. Je drinkt minder (of let beter op), je bent je bewuster van je omgeving en je neemt minder onnodige risico’s omdat je weet dat er niemand is om je naar huis te dragen. In al die jaren is mij zelden iets ernstigs overkomen, simpelweg door gezond verstand te gebruiken.

Een paar specifieke dingen die ik altijd doe:

  • Ik kom nooit ‘s nachts aan in een nieuwe stad als ik het kan vermijden. Overdag zoeken naar je hotel is een avontuur, in het donker in een onbekende steeg is het een recept voor stress.
  • Download offline kaarten (Google Maps of Maps.me). Weten waar je bent is macht. Stap niet zomaar als een kip zonder kop een taxi in zonder te checken of je wel de goede kant op rijdt.
  • Luister naar je onderbuikgevoel. Klinkt cliché, maar het klopt. Als een situatie “off” voelt, ga weg. Je hoeft tegen niemand beleefd te zijn ten koste van je veiligheid.

De mentale reset

Misschien wel het belangrijkste effect van alleen reizen is de stilte in je hoofd. Thuis worden we constant geprikkeld. Werk, appjes, sociale verplichtingen. Op vakantie met anderen gaat dat sociale circus gewoon door, maar dan op een andere locatie.

Alleen zijn geeft je brein de kans om echt uit te staan. Geen ruis. Je merkt dingen op die je anders mist: de geur van kruiden in een souk in Marrakesh, de manier waarop het licht valt op een gebouw in Berlijn, het geluid van de branding. Je bent vollediger aanwezig in het moment omdat je niet bezig bent dat moment direct te delen of te evalueren met iemand anders.

Dus, boek die ticket. Begin klein als het moet – een weekendje Maastricht of Antwerpen – en bouw het op. Je zult ontdekken dat je leuker gezelschap bent dan je dacht. En die verhalen bij thuiskomst? Die zijn 100% van jou.

Shopping Cart