Winterzonbestemmingen: Waar schijnt de zon in de winter?

Laten we er geen doekjes om winden: de Nederlandse winter is gewoon vaak… grijs. Tussen november en maart lijkt de zon soms wekenlang van de aardbodem verdwenen en bestaat het kleurenpalet buiten voornamelijk uit vijftig tinten betongrijs en nat asfalt. Ik merk het zelf elk jaar weer: zodra de klok verzet wordt, zakt het energieniveau naar een dieptepunt.

De oplossing? Vluchten, natuurlijk. Even die vitamine D opdoen.

Maar hier wordt het vaak verwarrend. Want als je zoekt naar “winterzon”, krijg je vaak de Malediven of Bali voorgeschoteld. Prachtig, maar niet iedereen heeft zin (of budget) om twaalf uur in een vliegtuig te zitten voor een weekje zon. De grote vraag is dus: waar schijnt de zon in de winter dichter bij huis? En dan bedoel ik écht Europa (of nou ja, de plekken die we voor het gemak even tot onze Europese achtertuin rekenen).

Vergis je niet: winterzon in Europa is zelden “bakken bij 30 graden”. Het is eerder “lekker lunchen in je t-shirt en ‘s avonds een trui aan”. En eerlijk gezegd? Dat is vaak precies genoeg.

De Canarische Eilanden: De onbetwiste koning van de winterzon

Je kunt er niet omheen. Als je in januari in Europa (geografisch gezien Afrika, maar politiek en gevoelsmatig Europa) gegarandeerd in je zwembroek wilt lopen, kom je bijna automatisch uit bij de Canarische Eilanden. Het klinkt misschien als een cliché bestemming voor pensionado’s, maar dat imago is inmiddels echt achterhaald. Elk eiland heeft een totaal eigen karakter.

Ik ben zelf meerdere keren in de winter op Tenerife geweest en het bizarre is het verschil in weer op één en hetzelfde eiland. Rijd je in het groene noorden in de mist? Twintig minuten later sta je in het zuiden in de brandende zon.

Welk eiland moet je kiezen?

Het hangt er maar net van af wat voor type vakantieganger je bent. Hier is hoe ik ze uit elkaar houd:

  • Tenerife is de alleskunner. Het heeft die enorme vulkaan, de Teide (3718 meter, jas meenemen als je naar boven gaat!), drukke badplaatsen in het zuiden, maar ook prachtige koloniale stadjes zoals La Laguna in het noorden.
  • Lanzarote voelt als een andere planeet. Serieus, het landschap is zwart, vulkanisch en bijna buitenaards. Cesar Manrique heeft ervoor gezorgd dat er geen hoogbouw is. Het waait er wel vaak stevig, dus zoek een strandje met een muurtje of een zoco.
  • Fuerteventura is voor de zandhappers en windsurfers. Als je houdt van eindeloze stranden die doen denken aan de Sahara, moet je hier zijn. Minder cultuur, meer strand. De wind is hier in de winter wel echt een factor; soms waai je bijna van je handdoek af.
  • Gran Canaria is meer dan alleen Maspalomas. Ja, die duinen zijn iconisch, maar het binnenland is ruig en groen. Las Palmas is trouwens een verrassend leuke stad voor een stedentrip-gevoel met strand.
  • La Palma en La Gomera zijn voor de rustzoekers. Geen massatoerisme, geen neonreclames, maar wandelschoenen aan en klimmen. Hier kom je niet puur voor het strand, maar voor de natuur.

De temperatuur schommelt hier in de winter meestal rond de 20 tot 24 graden. Warm genoeg om te zwemmen in een verwarmd zwembad, al is de Atlantische Oceaan rond deze tijd wel frisjes (rond de 19 graden).

Madeira: De eeuwige lente (maar neem een regenjas mee)

Madeira wordt vaak in één adem genoemd met de Canarische Eilanden, maar het is echt een ander beestje. Het is hier groener, ruiger en… natter. Laten we eerlijk zijn: dat eiland is niet voor niets zo groen. In de wintermaanden kan er best een bui vallen, zeker aan de noordkant.

Toch is Funchal, de hoofdstad, in de winter een van de fijnste plekken om te zijn. De stad ligt in een soort komvormige baai die veel wind en regen tegenhoudt. Ik heb in februari op een terras in Funchal gezeten met 21 graden en strakblauwe lucht, terwijl het tien kilometer verderop in de bergen stortregende.

Ga hier niet heen voor een strandvakantie. Er zijn amper zandstranden (tenzij je de boot pakt naar buureiland Porto Santo). Je gaat naar Madeira om langs de levada’s te wandelen, poncha te drinken (pas op, dat spul slaat in als een bom) en te genieten van uitzichten die je eerder in Hawaii verwacht dan in Europa.

Andalusië en de Costa del Sol: Lichttherapie op het vasteland

Mensen vragen me vaak: “Kan ik in januari naar Zuid-Spanje?” Mijn antwoord is altijd: Ja, maar verwacht geen tropisch paradijs. De Costa del Sol heet niet voor niets zo – ze claimen 320 dagen zon per jaar – maar de temperatuur is verraderlijk.

Overdag, in de zon, uit de wind? Heerlijk. Dan tikt de thermometer in Malaga of Nerja makkelijk de 18 of 20 graden aan. T-shirt aan, zonnebril op, tapas op tafel. Het licht is er prachtig helder in de winter. Maar zodra de zon zakt (en dat is vroeg, rond zes uur), koelt het rap af naar een graad of 8. Huizen in Spanje zijn bovendien vaak slecht geïsoleerd en hebben koude tegelvloeren. Neem dus pantoffels of dikke sokken mee voor in je appartement of hotelkamer. Echt, je dankt me later.

Waar moet je zijn in Zuid-Spanje?

Dit is bij uitstek de tijd voor een roadtrip. In de zomer is het in steden als Sevilla en Córdoba vaak 40 graden, wat elke vorm van sightseeing verandert in een overlevingstocht. In januari of februari? Een perfecte 17 graden.

  • Bezoek het Alhambra in Granada met de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada op de achtergrond. Een magisch gezicht dat je in de zomer mist.
  • Slenter door Malaga zonder over de koppen te lopen. De musea (Picasso, Centre Pompidou) zijn top en het eten is er spotgoedkoop vergeleken met Nederland.
  • Rijd naar Cádiz, misschien wel de oudste stad van Europa, waar het licht door de ligging op een schiereiland altijd bijzonder is.

De Algarve: Surfers en overwinteraars

Net over de grens in Portugal ligt de Algarve. In de zomer struikel je hier over de toeristen, maar in de winter keert de rust terug. Het landschap is dan op zijn mooist: de velden zijn groen in plaats van dor geel, en in januari en februari staan de amandelbomen in bloei (prachtige wit-roze bloesem).

Het weer is vergelijkbaar met Zuid-Spanje, misschien ietsje winderiger omdat je direct aan de oceaan zit. Is het strandweer? Mwah. Om te liggen bakken is het vaak net te fris, tenzij je een windvrij hoekje vindt tussen de rotsen. Maar voor strandwandelingen is het fenomenaal. Praia da Marinha of Benagil zonder honderden Instagrammers om je heen is een verademing.

Wat me opviel in de Algarve in de winter is de levendigheid in bepaalde stadjes. Lagos en Tavira blijven leuk, terwijl sommige pure resorts (zoals delen van Albufeira) wat uitgestorven kunnen aanvoelen. Kies je uitvalsbasis dus slim.

Cyprus: Het warmste oosten van de Middellandse Zee

Als je zo ver mogelijk naar het zuidoosten vliegt binnen Europa, kom je op Cyprus. Omdat het zo dicht bij het Midden-Oosten ligt, blijven de temperaturen hier vaak net iets hoger dan in Spanje of Italië. Reken op een graad of 17 tot 20 in de wintermaanden.

Cyprus in de winter is totaal anders dan in het hoogseizoen. Paphos en Limassol zijn levendig, maar Ayia Napa is in de winter een spookstad. Het grote voordeel van Cyprus in de winter is dat je de archeologische sites (en dat zijn er veel) voor jezelf hebt. Kourion of de Koningsgraven bezoeken zonder hitteberoerte is een groot pluspunt.

Een bizar detail: in januari of februari kun je ‘s ochtends skiën in het Troodosgebergte en ‘s middags met je voeten in het zand zitten aan de kust. De sneeuwcondities zijn niet altijd top, maar het kán wel.

Malta: Klein maar fijn (en winderig)

Malta is compact. Je kunt het hele eiland overrijden in no-time (als het verkeer meezit, want dat staat vaak vast). In de winter is Malta groen en staan de wilde bloemen in bloei. Valletta, de hoofdstad, is een openluchtmuseum dat in de winterzon goudkleurig oplicht.

Houd er wel rekening mee dat Malta midden in zee ligt en behoorlijk vlak is. Als de wind waait, waait het ook echt. De luchtvochtigheid is hoog, waardoor 15 graden kouder kan aanvoelen dan je verwacht. Een windjack is hier geen overbodige luxe.

De “Net-niet-Europa” bonusopties

Oké, technisch gezien vallen deze buiten de slug van dit artikel, maar als je écht zekerheid wilt over temperaturen boven de 25 graden en zwemwater waarin je niet direct onderkoeld raakt, moet je soms net over de grens kijken. Op minder dan 5 uur vliegen (vaak korter dan naar de Canarische Eilanden) vind je plekken die geografisch bij Afrika horen maar wel heel toegankelijk zijn:

  • Marokko (Agadir of Marrakech): Marrakech is in de winter overdag heerlijk, maar ‘s nachts koud. Agadir aan de kust blijft milder.
  • Egypte: De enige plek op korte vliegafstand waar het echt heet is in januari. Hurghada of Sharm el Sheikh bieden die garantie, maar je levert wel in op de “vrijheid” die je in Europa hebt om rond te struinen.

Praktische tips voor jouw winterzon-trip

Voordat je boekt, nog een paar dingen die ik door schade en schande heb geleerd:

Kijk naar de zonsondergang. In december en januari zijn de dagen kort. Zelfs in Zuid-Spanje is het om 18:00 uur donker. Plan je dag dus goed. Sta vroeg op om van die kostbare zonuren te genieten.

Verwarmde zwembaden zijn een must. Laat je niet foppen door foto’s van azuurblauwe hotelzwembaden. Onverwarmd water is in de winter ijskoud, zelfs op de Canarische Eilanden. Check bij je boeking dubbel of het zwembad climatizado is.

Laagjes, laagjes, laagjes. Het is het devies van elke reiziger, maar hier extra waar. Tussen 12:00 en 15:00 uur loop je in korte broek, om 17:00 uur heb je een vest nodig en om 20:00 uur een jas. Pak slim in.

De winter in Nederland duurt lang. Soms is een weekje eruit, al is het maar naar 18 graden en zon, precies wat je nodig hebt om het vol te houden tot de lente weer begint. En het mooie is: buiten de kerstvakantie om zijn de vliegtickets en huurauto’s in Zuid-Europa vaak lachwekkend goedkoop. Dus waar wacht je nog op?

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Shopping Cart