Laten we eerlijk zijn: een strandvakantie in eigen land is altijd een gok. Het ene moment lig je in je zwembroek te bakken bij 28 graden, en een halfuur later sta je bibberend een windscherm op te zetten omdat de wind ineens uit het noordwesten komt razen. Maar toch. Er is iets aan de Nederlandse kust dat je nergens anders vindt. Die specifieke geur van de Noordzee, de ietwat vettige maar o-zo-lekkere kibbeling, en die eindeloze luchten die Ruisdael al schilderde.
Ik heb jarenlang voor Travelboulevard kriskras door Nederland gereisd, van de chicste hotels in Noordwijk tot lekkende tentjes op Vlieland. Wat me altijd opvalt, is hoe verschillend onze kustplaatsen eigenlijk zijn. Mensen gooien vaak “een weekendje strand” op één hoop, maar Zandvoort is echt een totaal andere planeet dan Domburg. Als je de verkeerde plek kiest voor jouw type vakantie, sta je chagrijnig in de file of zit je je te vervelen tussen de geraniums.
Zeeland: Waar het licht (en de sfeer) anders is
Zeeland heeft bij veel Nederlanders een speciaal plekje. Er wordt vaak gezegd dat het licht hier anders valt, en hoewel ik geen kunstschilder ben, snap ik wel wat ze bedoelen. Het voelt hier ruimtelijker.
Domburg: Niet alleen voor de elite
Domburg heeft al sinds de 19e eeuw een soort magnetische aantrekkingskracht op kunstenaars en badgasten met, laten we zeggen, iets diepere zakken. Als je hier over de hoofdstraat loopt, zie je meer cashmere truien en elektrische fietsen van topmerken dan elders. Maar laat je daardoor niet afschrikken.
Het strand is hier breed en schoon – ze hebben niet voor niets vaak die Blauwe Vlag te pakken. Wat ik persoonlijk prettig vind aan Domburg is dat het dorp direct tegen de duinen aan ligt. Geen lange betonnen boulevards, maar glooiende overgangen. Drink een biertje bij Strandpaviljoen De Oase – klassieker kan bijna niet. Je betaalt er misschien 50 cent meer dan in het binnenland, maar hé, je zit wel eerste rang.
Zoutelande en de ‘Zeeuwse Rivièra’
Ja, dat liedje van BLØF. We kunnen er niet omheen. Sinds die hit is het toerisme daar geëxplodeerd, en eerlijk is eerlijk: op een hete zaterdag in juli kan het er te druk zijn. Maar buiten de schoolvakanties? Fantastisch. Het heet de Zeeuwse Rivièra omdat het strand op het zuiden ligt. Dat klinkt als marketingpraat, maar je merkt het echt. Je zit daar vaak net even wat langer uit de wind en in de zon.
De duinen zijn hier enorm hoog. Als je de trap op klimt (aardige kuitenbijter), heb je een uitzicht waar je stil van wordt. Je kijkt zo over Walcheren heen en ziet de grote zeeschepen angstvallig dicht langs de kust varen richting Vlissingen en Antwerpen.
Is Renesse nog steeds een zuipdorp?
Vroeger wel. Als tiener ging je naar Renesse om dingen te doen die je ouders niet mochten weten. De gemeente heeft daar de laatste tien jaar echter keihard ingegrepen. Ze hebben campings ‘verfamilied’ (is dat een woord?) en het uitgaanscentrum aangepakt.
Tegenwoordig zie je er opvallend veel gezinnen en oudere stellen. De stranden rondom Renesse, zoals bij de Verklikkerduinen, zijn prachtig en breed. Er lopen hier soms zeehonden op de zandplaten te zonnen – iets wat je met een kater na een nacht feesten vroeger nooit opviel, maar wat nu de hoofdattractie is.
Zuid-Holland: Van stadse chaos tot stille duinen
Als je iets noordelijker trekt, verandert de sfeer direct. Hier vind je de combinatie van stad en strand.
Scheveningen: Love it or hate it
Over Scheveningen heb ik al heel wat discussies gevoerd. De één vindt het vreselijk: te druk, te veel beton, te veel toeristenfuns. De ander vindt het geweldig juist omdát er wat gebeurt. Mijn mening? Het hangt er maar net vanaf waar je gaat zitten.
Rondom de Pier en het Kurhaus is het een kermis. Leuk als je daarvan houdt, of als je kinderen hebt die naar de bios of LEGO Discovery Centre willen als het regent. Maar loop je richting het Zwarte Pad (naar het noorden), dan verandert de vibe compleet. Daar zitten de hippere strandtenten zoals The Shore of Barbarossa. Hier zie je surfers, drink je craft beer en voelt het ineens een stuk relaxter. Parkeren is hier trouwens een drama en kost een fortuin – pak alsjeblieft de tram vanuit Den Haag, dat scheelt je zoveel stress.
Noordwijk en Katwijk: Een wereld van verschil
Ze liggen tegen elkaar aan, maar kunnen niet meer verschillen.
- Noordwijk heeft die internationale allure. Hier vind je Huis ter Duin, waar het Nederlands Elftal vaak verblijft. De strandtenten zijn chiquer – denk aan witte loungebanken en glazen wijn in plaats van plastic bekertjes. ESA ESTEC zit hier ook, waardoor je een interessante mix van expats en locals hebt.
- Katwijk is daarentegen veel Hollandser, nuchterder en familiegerichter. Het dorp heeft nog echt die vissershistorie. Een paar jaar geleden hebben ze hier een geniale parkeergarage in de duinen gebouwd. Je ziet er niks van, maar je parkeert pal aan zee. Architectonisch hoogstandje waar ik als vakidioot echt van kan genieten.
Noord-Holland: Treinen en Formule 1
Zandvoort: Amsterdam Beach
Marketingmensen noemen het nu “Amsterdam Beach” om toeristen te lokken, en dat werkt. In de zomer hoor je hier meer Engels en Duits dan Nederlands. Zandvoort is uniek om één reden: het treinstation. Je stapt uit en 200 meter verder sta je met je voeten in het zand. Geen enkele andere badplaats heeft dat.
Je moet wel tegen een stootje kunnen qua geluid. Als er geracet wordt op het circuit, hoor je dat gejank overal, zeker als de wind verkeerd staat. Voor de één muziek in de oren, voor de ander een reden om weg te blijven. De diversiteit aan strandtenten is hier wel top; van het alternatieve Woodstock 69 in Bloemendaal (vlakbij) tot de familiepaviljoens in het dorp zelf.
Bergen aan Zee: Het artistieke zusje
Vijf kilometer landinwaarts ligt het dorp Bergen (met de Ruïnekerk, boetiekjes en dure huizen), en aan de kust ligt Bergen aan Zee. Het voelt hier rustiger, groener. Geen schreeuwerige reclames of speelhallen. Veel mensen komen hier om te wandelen in de Schoorlse Duinen – het breedste en hoogste duingebied van Nederland – en daarna een glas wijn te drinken bij een strandpaviljoen. Het publiek is hier over het algemeen wat ouder of komt voor de natuur.
De parels van de Wadden
Ik kan niet schrijven over kustplaatsen zonder de eilanden te noemen, al voelt dat bijna als valsspelen omdat de ‘kustplaats’ hier vaak het hele eiland is.
Texel: De Koog en verder
Texel is groot. Mensen onderschatten dat altijd. “We fietsen wel even rondje eiland,” zeggen ze dan. Succes daarmee, dat is 80 kilometer trappen. De Koog is de enige echte badplaats direct aan zee. Het heeft een beetje de sfeer van Zandvoort in het klein: souvenirwinkels, restaurants, kroegjes. Maar loop de duinen over en je hebt kilometers strand waar je soms niemand tegenkomt.
Ga zeker naar de Slufter. Dat is een gebied waar de zee vrij spel heeft en het land binnenstroomt. Het is een van de weinige plekken in Nederland waar de natuur echt nog de baas is. Laarzen aan of broekspijpen omhoog en gaan.
Praktische zaken die niemand je vertelt
Je hebt je bestemming gekozen? Mooi. Dan hier nog even wat ongevraagd advies uit de praktijk, want folders vertellen je nooit over de nadelen.
De parkeerpijn
Ik noemde het al even bij Scheveningen, maar dit geldt voor de hele kust: parkeren is duur en frustrerend. In Zandvoort en Noordwijk tikt het de dagtarieven van Amsterdam aan. In Zeeland werken ze vaak met pasjes of apps die net even anders werken dan je gewend bent. Mijn tip: download vooraf een paar parkeerapps (Yellowbrick, Parkmobile, EasyPark) zodat je niet bij zo’n automaat staat te klungelen terwijl er een rij Duitsers achter je staat te wachten. Of beter: zoek een accommodatie met eigen parkeerplek. Dat is in het hoogseizoen goud waard.
De wind is een verrader
Op de weer-app staat ’22 graden’. Jij denkt: T-shirt! Aan zee waait het echter bijna altijd kracht 3 of 4. Die gevoelstemperatuur is dan ineens 17 graden. Zeker als je stilzit. Ik heb zoveel mensen blauwbekkend op een handdoekje zien liggen omdat ze de zeewind onderschatten. Neem altijd, echt altijd, iets warms mee. Een windscherm is ook geen overbodige luxe, hoe oubollig het er ook uitziet.
Eten en drinken
Strandtenten zijn de laatste jaren qua prijs flink gestegen. Voor een lunch met twee personen (broodje, drankje, koffie na) ben je zo 50 euro kwijt. Is dat het waard? Vaak wel, voor het uitzicht en de sfeer. Maar als je met een heel gezin bent, loopt het gigantisch op. Er is geen schande in het meenemen van een koelbox. Sterker nog, als ik om me heen kijk op het strand van Egmond of Callantsoog, doet half Nederland dat. Haal lekker verse broodjes bij de lokale bakker in het dorp en ga picknicken.
Uiteindelijk maakt het niet zoveel uit of je nu in Domburg, Zandvoort of op Ameland zit. Zodra je die zee ziet en het geruis van de golven hoort, valt de stress van alledag toch wel van je af. En dat is precies waarom we er elk jaar weer massaal naartoe trekken.