Iedereen denkt Ibiza te kennen. En eerlijk is eerlijk: als je alleen de verhalen hoort over de €50 entree tickets voor clubs en de VIP-tafels waar een fles wodka meer kost dan je maandhuur, dan krijg je een nogal eenzijdig beeld. Ik heb dat beeld zelf ook jarenlang gehad. Tot ik er daadwerkelijk voet aan wal zette met een simpele huurauto en een kaart (ja, zo’n papieren geval, want 4G laat je in de bergen nog wel eens in de steek).
Wat ik vond was compleet anders dan de marketingfolders van de grote reisbureaus. Ibiza heeft een dubbele persoonlijkheid. Aan de ene kant de decibellen en de glamour, maar aan de andere kant een vreemde, bijna serene rust die je overvalt zodra je de hoofdwegen verlaat. Het “Witte Eiland” is grillig, soms frustrerend druk, maar op de juiste plekken onbeschrijfelijk mooi. Als expert bij Travelboulevard heb ik talloze eilanden gezien, maar de diversiteit op deze paar vierkante kilometer blijf ik fascinerend vinden.
Laten we even voorbij de clichés kijken. Geen verplichte nummers in de Pacha, maar plekken waar je de zoute wind ruikt en waar de tijd net iets langzamer lijkt te tikken. Dit zijn mijn persoonlijke favorieten en observaties, zonder filter.
Het Noorden: Waar de stilte nog bestaat
Als je net geland bent en je huurauto hebt opgepikt (doe dit echt vooraf, aan de balie betaal je de hoofdprijs), rijd dan direct naar het noorden. Veel mensen blijven hangen rond Ibiza-stad of Playa d’en Bossa, maar het noorden is waar, naar mijn mening, de ziel van het eiland zit. Het landschap verandert hier. De wegen worden bochtiger, het groen wordt feller en de geur van dennenbomen is overal.
Portinatx en omgeving
Vroeger was dit een klein vissersdorpje, nu is het wel wat toeristischer, maar het heeft nog steeds sfeer. Wat je hier vooral moet doen is wandelen. Er loopt een pad naar de vuurtoren Faro de Moscarter. Het is geen zware tocht, maar trek wel fatsoenlijke schoenen aan; op slippers over die rotsen klauteren is vragen om problemen. De vuurtoren zelf is met zijn zwart-witte spiraal enorm fotogeniek, maar het gaat vooral om het uitzicht over de kliffen. Je voelt je hier heel klein.
Iets meer in het binnenland ligt Sant Joan de Labritja. Het klinkt misschien als “gewoon weer een dorpje”, maar op zondagochtend is hier een markt die veel authentieker aanvoelt dan de massale hippiemarkten in het zuiden en oosten. Verwacht geen duizenden kraampjes, maar wel lokale honing, vreemde kunstwerken van mensen die er al sinds de jaren ’70 wonen en live muziek die nergens op slaat maar wel precies past bij de sfeer.
Dalt Vila: Een training voor je kuiten
Je kunt niet over Ibiza schrijven zonder de oude stad te noemen, maar laten we het praktisch houden. Dalt Vila is prachtig, UNESCO werelderfgoed en al die termen, maar het is ook een fysieke uitdaging.
Ik zie mensen vaak op hun allerbest gekleed, inclusief hoge hakken, proberen de kasseien te trotseren. Doe het niet. De stenen zijn door miljoenen voetstappen zo glad gepolijst dat het bijna ijsbanen zijn, zelfs als het droog is.
Ga laat in de middag of vroeg in de avond. Overdag in juli of augustus is de hitte tussen die stadsmuren moordend en blijft de lucht hangen. Als je helemaal naar boven klimt, naar de kathedraal, heb je een uitzicht over de haven dat de klim waard is. Onderweg kom je langs gaten in de muur waar kleine restaurantjes in geperst zitten. Trap niet in de “tourist traps” direct aan het grote plein beneden (Plaza de Vila); hoe hoger je klimt, hoe beter (en vaak rustiger) het eten wordt. Ik heb ooit fantastisch gegeten bij een tentje zonder naam op de gevel, puur omdat de ober niet stond te schreeuwen met een menukaart in mijn gezicht.
De Stranden: Het gevecht om een handdoekplek (en hoe je wint)
Ibiza heeft prachtige stranden, maar de realiteit is dat je in het hoogseizoen soms handdoek-aan-handdoek ligt. Dat relaxte plaatje van Instagram? Dat is vaak om 08:00 ‘s ochtends geschoten. Hier is hoe ik het aanpak:
- Cala Comte is waanzinnig, maar ga slim. Het water is hier zo blauw dat het bijna nep lijkt. Maar iedereen weet dat. Wil je hier genieten? Ga tijdens zonsondergang maar sla de Sunset Ashram over als je niet van dringen houdt. Loop een stukje verder over de kliffen naar rechts. Zelfde zonsondergang, kwart van de mensen.
- Cala d’Hort voor het uitzicht. Hier ga je heen voor Es Vedrà, de magische rots. Er gaan wilde verhalen rond over magnetische velden en aliens, maar nuchter bekeken is het gewoon een imposant stuk steen dat uit de zee steekt. Het strand zelf is deels zand, deels kiezels (waterschoenen zijn geen slecht idee). De paella bij restaurant El Carmen op het strand is legendarisch, maar reserveer twee dagen van tevoren. Serieus. Als je op de bonnefooi komt, sta je in de brandende zon te wachten op een tafel die nooit vrijkomt.
- Cala Xarraca voor snorkelaars. Dit ligt in het noorden en is vaak rustiger. Het water is helder en er zijn veel rotsen onder water, wat betekent: veel vis. Er is ook een natuurlijk modderbad aan de linkerkant van het strand. Mensen smeren zich in met de modder omdat het goed zou zijn voor je huid. Of het werkt weet ik niet, maar het levert wel grappige foto’s op.
- Sa Caleta voor de geschiedenis. Dit strandje wordt omringd door hoge, rode kliffen. Het lijkt bijna Mars. Het is klein en populair onder de lokale bevolking in het weekend. Vlakbij liggen de overblijfselen van de eerste Fenicische nederzetting op Ibiza. Het is bizar om te bedenken dat hier duizenden jaren geleden al mensen woonden om precies dezelfde reden als wij er nu komen: de schoonheid en de ligging.
Overgewaardeerd versus Verborgen Parels
Het is makkelijk om de weg kwijt te raken in de “must-sees”. Hier is mijn ongezouten mening over wat je wel en niet moet doen.
De Hippiemarkten
Las Dalias is de bekendste. Is het leuk? Ja. Is het commercieel? Enorm. Je betaalt entree (of parkeergeld dat voelt als entree) en de prijzen voor een handgemaakte armband zijn stevig. Punta Arabí is nog groter en voelt soms meer als een braderie. Als je echt die oude hippie-vibe zoekt, kun je beter rondrijden en stoppen bij kleine stalletjes langs de weg, of dus naar die markt in San Juan gaan. Versta me niet verkeerd, Las Dalias in de avond (“Night Market”) heeft echt wel sfeer met de lichtjes en muziek, maar verwacht geen jaren ’60 prijzen.
Atlantis (Sa Pedrera)
Dit is geen strand, maar een oude steengroeve waar blokken zijn uitgehakt om de stadsmuren van Dalt Vila te bouwen. Het is een bizarre plek met geometrische vormen in de rotsen en natuurlijke zwembaden. De waarschuwing: de afdaling is pittig en de terugweg omhoog is in de zomerhitte een ware hel als je geen water bij je hebt. Ik heb mensen halverwege zien opgeven. Ga alleen als je redelijk fit bent en neem liters water mee. Het is de moeite waard, maar het is geen zondagswandelingetje.
Eten en Drinken: Meer dan dure cocktails
Natuurlijk kun je €20 betalen voor een Gin-Tonic bij een beachclub. Soms is dat het waard voor de beleving. Maar het echte eten op Ibiza is boers en smaakvol.
- Bestel eens Bullit de Peix. Oorspronkelijk een gerecht voor vissers die hun onverkoopbare vis in een pot gooiden met aardappelen en alioli. Nu een delicatesse. Het wordt vaak in twee gangen geserveerd: eerst de vis met aardappelen, daarna rijst gekookt in de overgebleven bouillon (‘arroz a banda’). Het is zwaar, zout en heerlijk. Een goede plek hiervoor is Pou des Lleó.
- Voor een simpele lunch zijn de “bocadillos” (belegde stokbroodjes) bij plekken als Bar Costa in Santa Gertrudis onverslaanbaar. Santa Gertrudis is sowieso een leuke stop: het ligt precies in het midden van het eiland, heeft een mooi pleintje en stikt van de leuke winkeltjes die net iets betaalbaarder zijn dan in Ibiza-stad.
Praktische tips voor je trip
Om te voorkomen dat je vakantie verandert in een logistieke nachtmerrie of een bodemloze geldput, hier een paar lessen die ik door schade en schande heb geleerd:
- Huur die auto. Het openbaar vervoer is prima tussen de grote steden, maar je komt er niet mee bij die afgelegen baaitjes. Scooters zijn leuk, maar de wegen kunnen ‘s avonds verraderlijk onverlicht zijn en vol zitten met grind. Een kleine auto met airco is je beste vriend.
- Water uit de kraan is een no-go. Het is meestal ontzilt zeewater, smaakt vreselijk zout en chemisch. Je wordt er niet direct doodziek van, maar lekkere koffie zet je er niet mee. Grote flessen inslaan bij de supermarkt dus.
- Reis in mei, juni of eind september. Juli en augustus zijn heet, overvol en alles is twee keer zo duur. In oktober is de zee nog warm van de zomer, maar zijn de meeste toeristen weg. Dat is mijn persoonlijke sweet spot.
Conclusie
Ibiza is wat je er zelf van maakt. Je kunt er feesten tot de zon opkomt en duizenden euro’s stukbuiten, en als dat je ding is: prachtig. Maar je kunt er ook verdwalen op zandweggetjes, lunchen met vieze handen van de gegrilde sardientjes en kijken naar zonsondergangen die elke avond weer anders kleuren.
De mooiste plekken zijn vaak de plekken waar je net wat meer moeite voor moet doen. Die baai waar je twintig minuten voor moet lopen, dat restaurantje waar geen Engelse menukaart is, of die heuveltop waar het enige geluid de wind is. Dat is het Ibiza waar ik voor terugkom. Laat de massa lekker op Playa d’en Bossa zitten, wij weten wel beter.