Laat me raden: je staat op het punt om weer een weekendje weg te boeken, en je muis zweeft toch weer boven die goedkope vliegtickets. Snap ik. Ik ben jarenlang zelf die persoon geweest die voor drie tientjes naar Milaan vloog. Maar laten we eerlijk zijn: dat “snelle” vluchtje is allang niet meer zo snel. Tegen de tijd dat je door de security op Schiphol bent, je riem drie keer hebt afgedaan en eindelijk bij de gate staat, had je met de trein al in hartje Antwerpen aan de koffie kunnen zitten.
Hier bij Travelboulevard.nl hebben we de afgelopen jaren een shift gezien. Vroeger draaide alles om ver, verder, verst. Nu? Nu realiseren we ons dat Europa aan onze voeten ligt, en dat de reis erheen geen noodzakelijk kwaad hoeft te zijn. De trein is terug. Niet als nostalgisch hebbedingetje, maar als serieus, comfortabel en – ja, toch wel belangrijk – duurzaam alternatief.
En nee, ik ga je niet vertellen dat de trein altijd perfect is. Ik heb ook wel eens drie uur stilgestaan in een weiland bij Duisburg omdat er een wisselstoring was. Dat hoort erbij. Maar de voordelen wegen inmiddels zó zwaar op tegen het gedoe van vliegen, dat ik je graag meeneem langs mijn favoriete routes en tips voor een stedentrip per spoor.
Waarom de trein (bijna) altijd wint van het vliegtuig
Vaak hoor je mensen zuchten over de prijs. “Ja maar, vliegen is goedkoper.” Soms is dat waar, zeker als je last-minute kijkt. Maar reken eens alles mee. De trein naar Schiphol, die belachelijk dure sandwich op het vliegveld, de bus of taxi vanaf een vliegveld dat 40 kilometer buiten de stad ligt (ik kijk naar jou, Londen Stansted).
Met de trein stap je uit in het centrum. Bam, je bent er. Je vakantie begint op het moment dat de trein gaat rollen. Laptop open op een fatsoenlijk tafeltje, beetje uit het raam staren, en – dit is cruciaal – beenruimte waar je daadwerkelijk je benen kwijt kunt.
Bovendien zie je het landschap veranderen. Vliegen is teleporteren: je stapt in de buis in Nederland en stapt uit in Italië. Met de trein zie je de architectuur veranderen, de heuvels opdoemen en het licht anders worden. Dat is rijkdom die je niet in Euro’s uitdrukt.
De Klassiekers: Voor wie net begint
Als je nog nooit een internationale treinreis hebt gemaakt, begin dan niet meteen met een 18-urige tocht naar Istanbul. Begin simpel. Deze steden zijn zo makkelijk bereikbaar dat vliegen eigenlijk onzin is.
Parijs: Ontbijten in Rotterdam, lunchen in Montmartre
De Eurostar (voorheen Thalys) blijft een wonder van techniek. In iets meer dan tweeënhalf uur sta je vanaf Rotterdam Centraal op Gare du Nord. Het enige waar je rekening mee moet houden is dat je tegenwoordig wel wat eerder aanwezig moet zijn voor de incheck en security, vergelijkbaar met de Eurostar naar Londen, maar dan soepeler.
Mijn tip: Boek die tickets exact 3 of 4 maanden van tevoren. Dan betaal je grofweg 35 tot 50 euro per enkele reis. Wacht je tot twee weken voor vertrek? Dan ben je de hoofdprijs kwijt. Eenmaal op Gare du Nord negeer je de taxi’s. Pak gewoon de metro of ga lopen; het 10e arrondissement zit vol met hippe koffietentjes en is een wereld van verschil met de toeristische drukte bij de Eiffeltoren.
Berlijn: De langzame onthaasting
De intercity naar Berlijn is een heel ander beestje dan de hogesnelheidstrein naar Parijs. Het gaat gemoedelijker. Geen 300 kilometer per uur, maar lekker tuffen door het Duitse landschap. De reis duurt ongeveer 6 uur vanaf Amsterdam, en dat klinkt lang, maar het is de perfecte tijd om dat boek uit te lezen waar je nooit aan toekomt.
Het mooie aan de Duitse treinen is de Bordbistro. Geen kleffe broodjes uit een kartonnen doosje, maar gewoon fatsoenlijk eten en – heel belangrijk – bier van de tap in een echt glas. Ga daar zitten zodra je de grens over bent. Tegen de tijd dat je Berlijn Hauptbahnhof binnenrolt (een architectonisch meesterwerk op zich), ben je volledig ontspannen.
Het Nachtnetwerk: Slapend naar de bestemming
Dit is waar het echt interessant wordt. Jarenlang leek de nachttrein dood, vermoord door budgetvliegers. Maar dankzij de Oostenrijkse spoorwegen (ÖBB) is de Nightjet bezig met een enorme opmars.
Verwacht geen Oriënt-Express luxe tenzij je flink betaalt voor een privé-coupé, maar het is wel een ervaring. Je stapt ‘s avonds in Amsterdam of Utrecht in, drinkt nog een wijntje, en de volgende ochtend word je wakker in een andere wereld.
Wenen & Innsbruck
De route naar Oostenrijk is waarschijnlijk de populairste verbinding van dit moment, en terecht. Als je wakker wordt en de gordijntjes open doet, zie je de Alpen. Dat is een kippenvelmomentje, geloof me. Een ontbijtje is bij de slaapcoupés inbegrepen. Het zijn simpele broodjes met jam en koffie, maar met dat uitzicht smaakt het als een sterrenmaaltijd.
Zürich: Poort naar Italië
De nachttrein naar Zürich is ideaal als tussenstop. Zwitserland is prachtig, maar duur. Gebruik de nachttrein om er te komen, en stap in Zürich over op de EuroCity naar Milaan. Die rit door de Gotthard-basistunnel (of de oude bergroute als je tijd hebt) is spectaculair. Je bent dan wel even onderweg, maar je ziet de overgang van Noord- naar Zuid-Europa in slow motion aan je voorbijtrekken.
De ‘Underrated’ Parels
Iedereen gaat naar Londen of Berlijn. Maar als je duurzaam Europa wilt ontdekken en de massa wilt vermijden, kijk dan eens iets verder.
Gent (in plaats van Brugge)
Brugge is fantastisch, maar het is er zo druk dat je struikelt over de toeristen. Gent ligt op dezelfde route en is minstens zo mooi, maar veel rauwer en echter. Vanaf Nederland ben je er zo met een overstap in Antwerpen. Het station Gent-Sint-Pieters ligt iets buiten het centrum, maar de tram brengt je in tien minuten naar de Graslei. Het voelt als een studentenstad met middeleeuwse grandeur. Veel vegetarische hotspots ook, mocht dat je ding zijn – Gent noemt zichzelf niet voor niets de veggie-hoofdstad van Europa.
Ljubljana: Het groene hart
Oké, dit is voor de avonturiers. Ljubljana in Slovenië is misschien wel de leukste hoofdstad van Europa waar niemand over praat. Het is compact, autovrij in het centrum en ongelofelijk groen. Hoe kom je er? Via München. Je pakt de trein naar München, overnacht daar (of pakt de nachttrein naar Salzburg) en reist de volgende dag door dwars door de bergen. De spoorlijn tussen Oostenrijk en Slovenië is adembenemend mooi. Het duurt even, maar dan heb je ook een echt reisverhaal, geen snelle citytrip-snack.
Praktische tips van een ervaringsdeskundige
Treinreizen in Europa is niet altijd even logisch geregeld als we in Nederland gewend zijn met onze OV-chipkaart. Een beetje voorbereiding voorkomt dat je op een tochtig perron staat te vloeken.
- Download de apps van de nationale vervoerders, niet alleen de NS International app. De ‘DB Navigator’ van de Duitse spoorwegen is vaak net iets accurater met vertragingen en perronwijzigingen in Duitsland dan onze eigen app. Voor Engeland is Trainline handig.
- Stoelreservering is in Duitsland optioneel, maar doe het nou gewoon. Die 4 of 5 euro extra bespaart je een hoop ellende. Ik heb mensen drie uur lang op hun koffer zien zitten in het gangpad van de ICE omdat ze dachten dat er “vast wel plek” zou zijn op vrijdagmiddag. Spoiler: dat was er niet.
- Houd rekening met overstaptijden. In Nederland is 5 minuten overstappen prima. In Duitsland of Frankrijk, met grote stations en soms vertragingen, is 20 minuten het minimum dat ik aanhoud. Liever rustig een koffie halen dan rennen voor je leven.
- Eten en drinken: Zorg altijd voor een eigen ‘noodrantsoen’. Water en wat mueslirepen. Restauratiewagons zijn geweldig, maar soms zijn ze gesloten door personeelstekort of technische mankementen. Je wilt niet die ‘hangry’ reiziger zijn.
- Interrail is niet alleen voor studenten met rugzakken. Als je van plan bent om in één vakantie meerdere steden aan te doen (bijvoorbeeld Amsterdam – Berlijn – Praag – Wenen), is een Interrail Global Pass vaak veel goedkoper dan losse tickets. Plus, het geeft je een gevoel van vrijheid dat onbetaalbaar is.
Is het de moeite waard?
Reizen met de trein vergt een andere mindset. Het gaat om onthaasten. Je moet accepteren dat het niet de snelste optie is, maar wel de rijkste optie qua ervaring. Je komt uitgeruster aan, je hebt meer gezien en je ecologische voetafdruk is een fractie van die van een vliegreis.
Bij Travelboulevard raden we je aan om het gewoon eens één keer te proberen. Pak die trein naar Berlijn of Parijs in plaats van het vliegtuig. Wedden dat je bij aankomst denkt: “Verrek, dit was eigenlijk best wel relaxed”? En zo niet, dan heb je in ieder geval wél goede koffie gehad in de Bordbistro.
