Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik was altijd die persoon die riep dat “vakantie” pas begint zodra je de grens over bent. Minimaal duizend kilometer rijden of twee uur vliegen, anders telde het niet. Maar eerlijk is eerlijk, die mentaliteit is de laatste jaren drastisch veranderd. Misschien kwam het door de pandemie, of misschien omdat ik me realiseerde dat vier uur in de file staan op de Route du Soleil ook niet bepaald ontspannend werkt.
Nederland heeft me verrast. En niet op de “het is best oké voor een weekendje” manier, maar echt oprecht verrast. Van de ruige duinen waar je broekspijpen continu nat worden van het helmgras tot die stille plekjes in het oosten waar je ’s ochtends alleen een specht hoort hameren. Op Travelboulevard.nl schreven we vroeger vooral over verre oorden – backpacken in Azië of roadtrippen door de VS – maar de parels in onze eigen achtertuin verdienen net zoveel inkt.
Klaar om je eigen land te herontdekken? Ik neem je mee langs mijn favoriete plekken, en ja, ik sla de standaard “ga naar de Keukenhof” adviezen even over.
Het strandgevoel: Meer dan alleen Scheveningen
Als buitenlanders aan Nederland denken, zien ze vaak Amsterdam voor zich. Als Nederlanders aan vakantie in eigen land denken, is het negen van de tien keer: de kust. Maar kies alsjeblieft slim. Op een snikhete zaterdag naar Scheveningen of Zandvoort rijden is geen vakantie, dat is masochisme. Je staat vast vanaf de snelweg, parkeren kost meer dan je lunch en je ligt handdoek-aan-handdoek.
Kijk liever naar de uiteinden van onze kustlijn.
Cadzand en het Zwin
In Zeeuws-Vlaanderen ligt Cadzand-Bad. Het heeft een upgrade gehad de laatste jaren – misschien iets te veel luxe appartementen voor sommigen, maar het strand is fenomenaal. Het leuke hier is de smokkelroute naar België. Je loopt via het natuurgebied Het Zwin zo naar Knokke. Het ene moment eet je een Hollandse gehaktbal, een uur later zit je aan de Belgische garnalenkroketten. Dat grensoverschrijdende aspect geeft het nét dat beetje extra vakantiegevoel.
Tip voor de vroege vogels: ga hier haaientanden zoeken. Bij eb, vlakbij de Zwingeul, heb ik er zelf na een uur turen eentje gevonden. Oeroud en gitzwart. Dat soort dingen vergeet je niet snel.
Bergen aan Zee (en het dorp erachter)
Iets noordelijker vind ik Bergen aan Zee een verademing. Het is wat artistieker, wat rustiger dan Egmond. Het dorp Bergen zelf, dat iets landinwaarts ligt, bruist van de cultuur. Je vindt er boekwinkels, kleine galeries en terrassen rond de Ruïnekerk waar de bediening nog weet wat gastvrijheid is.
De duinen hier – de Schoorlse Duinen liggen om de hoek – zijn de breedste en hoogste van Nederland. Als je de klim naar het hoogste punt maakt, sta je ruim 50 meter boven NAP. Klinkt als niks voor een Zwitser, maar voor ons polderbewoners is dat een serieus uitzicht.
De Waddeneilanden: Welke kies je?
Iedereen heeft zijn eigen ‘eiland’. Er zijn families die al drie generaties naar Ameland gaan en weigeren voet op Texel te zetten. Eilandhoppen is leuk, maar je landt pas echt als je er een paar dagen blijft.
- Voor degenen die echt even helemaal niks willen, is Vlieland de logische keuze. Auto’s zijn er voor toeristen verboden. Dat scheelt een slok op een borrel qua geluid en stress. Het eiland is klein, intiem en heeft met de Vliehors een gigantische zandvlakte die soms wel de ‘Sahara van het Noorden’ wordt genoemd. Neem de Vliehors Expres (die truck met die grote banden), want lopen is bijna niet te doen zo ver is het.
- Zoek je meer reuring en dorpsgevoel, pak dan de boot naar Terschelling. West-Terschelling met de Brandaris is iconisch, maar fiets vooral door naar Oosterend. Hoe verder je naar het oosten gaat, hoe ruiger de natuur wordt. En ja, de cranberrytaart is een cliché, maar je kunt het eiland niet verlaten zonder er een gegeten te hebben bij een tentje als De Heksenketel.
- Schiermonnikoog voelt voor mij altijd als het einde van de wereld, op de goede manier. De breedte van het strand is hier absurd. Je moet soms tien minuten lopen voordat je überhaupt bij de vloedlijn bent. Dat geeft een gevoel van nietigheid dat je in de Randstad nooit zult vinden.
Het binnenland: Waar het buitenland begint
Vergeet de kust even. Het binnenland van Nederland heeft regio’s die totaal on-Nederlands aanvoelen. Soms moet je even twee keer knipperen om te checken of je niet stiekem in Duitsland of Frankrijk bent beland.
Zuid-Limburg: Het Heuvelland
Het is flauw om te zeggen, maar zodra de snelweg bij Maastricht gaat glooien, daalt mijn bloeddruk. Het Heuvelland rondom Gulpen en Epen is uniek voor ons landje. De vakwerkhuizen, de holle wegen, de kapelletjes op kruispunten… het ademt een bourgondische sfeer die we boven de rivieren vaak missen.
Een aanrader is om de auto te laten staan en te gaan wandelen in het Vijlenerbos. Dit is het langste bos van Nederland en ligt op een heuvelrug. Na afloop plof je neer bij Buitenlust (als je geluk hebt en er plek is) voor een uitzicht dat je eerder in de Ardennen verwacht.
De Veluwe: Vermijd de massa
De Veluwe is prachtig, maar kan in de zomer aanvoelen als een pretpark voor pensionado’s op e-bikes. Hoe omzeil je dat? Ga vroeg, of ga naar de randen. Radio Kootwijk is zo’n plek die blijft fascineren. Dat betonnen kathedraal-achtige zendstation midden in een enorme zandverstuiving (Kootwijkerzand) is surrealistisch. Zeker bij zonsondergang of op een mistige ochtend is het hier magisch.
Ook de Posbank bij Rheden is bekend, maar als je in augustus gaat wanneer de heide paars kleurt, sta je in de file. Probeer in plaats daarvan de Hoge Veluwe in te gaan via een ingang als Hoenderloo en pak direct een witte fiets naar de minder begane zijpaden richting het Deelense Veld.
Waterrijk Nederland: Giethoorn voorbij
Ik heb een haat-liefdeverhouding met Giethoorn. Het dorp is beeldschoon, maar het is slachtoffer geworden van zijn eigen succes. Je vaart er in de zomer in een file van fluisterbootjes. Wil je datzelfde watergevoel zonder de busladingen toeristen? Kijk dan eens naar de Weerribben-Wieden, net iets verderop.
Je kunt hier waanzinnig kanoën door het rietland. Het is stil, je ziet ijsvogels wegschieten en je kunt aanmeren bij kleine eilandjes voor een picknick. Kalenberg is een dorpje in dit gebied dat minstens zo charmant is als Giethoorn, maar waar je nog wel normaal over het voetpad kunt lopen.
En als we het toch over water hebben: Friesland vanaf het water is een compleet andere provincie. Huur een sloep in Sneek of Heeg. Je hebt geen vaarbewijs nodig voor de meeste huurboten. Aanleggen bij een Marrekrite-plek (gratis ligplaatsen midden in de natuur) en ‘s avonds kijken naar de sterren zonder lichtvervuiling… dat is vrijheid.
Steden die aanvoelen als een citytrip
Soms wil je gewoon stadse energie, maar heb je Amsterdam en Utrecht wel gezien. Er zijn steden in Nederland met een historie die je echt even onderdompelen in een andere sfeer.
Neem Deventer. Misschien wel mijn favoriete Hanzestad. Het Bergkwartier is net een openluchtmuseum met zijn scheve huisjes en smalle klinkersteegjes, maar er wonen gewoon mensen. Je kunt er fantastisch winkelen in boetiekjes die nog geen onderdeel zijn van grote ketens en het pontje over de IJssel geeft je bij aankomst direct dat vakantiegevoel.
Of wat dacht je van Leiden? Vaak overschaduwd door Amsterdam, maar de grachten zijn er prachtig en de musea zijn van wereldklasse. Naturalis of het Rijksmuseum van Oudheden zijn perfecte opties voor als het onvermijdelijke Nederlandse regenweer toeslaat. Huur hier een bootje; de grachten zijn lager en intiemer dan in de hoofdstad.
Praktische tips voor de thuisblijver
Vakantie in eigen land klinkt makkelijk – je spreekt de taal en je kent de regels – maar er zijn wel een paar dingen om rekening mee te houden om teleurstelling te voorkomen.
Het weer is en blijft onze grootste vijand. Of vriend, als je van “uitwaaien” houdt (een eufemisme voor gezandstraald worden bij windkracht 7). Pin je niet vast op één activiteit. Zorg altijd voor een plan B dat binnen kan plaatsvinden. Een leuk hotel met een goede wellness of een uitgebreide bordspelletjescollectie kan een verregende dinsdag in Drenthe redden.
Boek op tijd. Dit klinkt logisch, maar Nederland is klein en populair. De écht leuke boshuisjes of strandhuisjes (die waar je op het strand slaapt) zitten vaak in januari al vol voor de zomervakantie. Last-minute werkt prima voor een standaard hotelkamer, maar voor die unieke ervaringen moet je er vroeg bij zijn.
En tot slot: prijsniveau. Nederland is niet goedkoop. Een dagje uit met parkeren, lunch, diner en terrasjes tikt snel aan. Soms is het slimmer om een iets duurder vakantiehuisje te huren waar je fijn zelf kunt koken, dan te gokken op elke avond uit eten. De lokale markten afstruinen voor verse asperges, aardbeien of kaas en dat lekker opeten in je eigen tuin hoort er ook een beetje bij.
Uiteindelijk gaat het erom dat je je tempo aanpast. Thuis heb je haast, op vakantie niet. Ook als die vakantie maar vijftig kilometer verderop is. Dus zet die navigatie uit, negeer de regenradar voor een paar uur en ga gewoon op pad. Je zult zien dat Nederland mooier is dan je dacht.
