Op Travelboulevard.nl hebben we in de loop der jaren duizenden kilometers afgelegd, van ruige hikes in Noorwegen tot luieren op een strand in Azië. Vroeger deed ik dat met een backpack van tien kilo en een “we zien wel”-mentaliteit. En toen kreeg ik kinderen.
Ineens verandert je perspectief van “waar vind ik de goedkoopste hostel?” naar “heeft dit hotel verduisterende gordijnen en een lift?”. Reizen met kinderen is fantastisch – echt waar, ik meen het – maar laten we eerlijk zijn: het is ook topsport. Het idee dat je “gewoon je eigen ding blijft doen en de kinderen wel volgen” is een mythe die waarschijnlijk is bedacht door iemand zonder kinderen. Of iemand met een nanny.
Na talloze gezinsvakanties, variërend van kamperen in Zuid-Frankrijk tot vliegreizen naar Curacao, heb ik geleerd wat wel werkt en wat absoluut niet. Geen theoretisch gepraat hier, maar tips uit de loopgraven.
Vergeet de ‘Pinterest-perfecte’ kofferlijst
Ik heb ooit de fout gemaakt om voor een weekendje weg kleding in te pakken alsof we naar de Noordpool emigreerden. Je sleept je een breuk. De realiteit is simpeler: zolang je paspoorten, luiers (als dat nog nodig is) en een creditcard hebt, komt het meestal wel goed. Alles is te koop.
Toch zijn er een paar dingen die ik nooit meer vergeet:
- Een EHBO-setje dat verder gaat dan een pleister. Denk aan ORS (tegen uitdroging), paracetamolzetpillen en neusspray. Niets is erger dan om 3 uur ’s nachts in een dorpje in Italië zoeken naar een apotheek.
- De ‘heilige’ tablet. Ja, thuis hebben we schermtijdregels. In het vliegtuig of op de achterbank van de auto gelden die niet. Download Netflix-afleveringen offline. Het is je redding.
- Wet wipes. Zelfs als je kinderen 12 zijn. Geloof me, plakkerige handen verdwijnen nooit.
- Ducttape. Klinkt raar, maar ik heb er alles mee gefixt: van een gescheurde buggy tot het kindveilig maken van stopcontacten in een appartement.
De reis ernaartoe: Overlevingsstrategieën
Of je nu kiest voor een autovakantie of het vliegtuig pakt, de reis zelf is vaak het grootste struikelblok. Kinderen hebben geen tijdsbesef. “Zijn we er al?” na tien minuten rijden is geen grap, het is de realiteit.
Met de auto
Vroeger dacht ik dat ’s nachts rijden de oplossing was. “Dan slapen ze lekker door,” zeiden andere ouders. Nou, bij ons niet. Ik kwam gebroken aan terwijl de kinderen om 6 uur ’s ochtends klaarwakker waren en wilden voetballen. Tegenwoordig vertrekken we vroeg, maar niet midden in de nacht. We stoppen vaak. En dan bedoel ik niet vijf minuten plassen, maar echt even een uur rennen bij een Aire in Frankrijk met een speeltuin.
Een tip die bij ons goud waard bleek: de verrassingstas. Koop bij de Action of HEMA voor een paar euro wat prullaria. Elk uur (of elke grens) mogen ze een cadeautje uitpakken. Een nieuw kleurboek, een autootje, raamstickers. Het houdt de verveling net lang genoeg buiten de deur.
In het vliegtuig
Vliegen met een baby is ironisch genoeg makkelijker dan met een peuter. Een baby slaapt (hopelijk) in de bassinet. Een peuter van twee wil lopen. Door het gangpad. Driehonderd keer.
- Boek als het kan een nachtvlucht voor verre reizen. De kans dat ze slapen is groter door het motorgeluid.
- Neem snacks mee die lang duren om op te eten. Rozijntjes zijn beter dan een hap-slik-weg koekje. Lolly’s werken goed tegen oorpijn bij het dalen (door het slikken), maar let op de suikerrush daarna.
- Negeer geïrriteerde medepassagiers. Echt, laat het los. De meeste mensen hebben begrip, en die ene zuurpruim zie je na de landing nooit meer terug.
Accommodatie: Waarom een hotelkamer soms de hel is
Hier ben ik door schade en schande wijs geworden. Een standaard hotelkamer met kleine kinderen is onhandig. Waarom? Omdat kinderen vaak om 19:30 uur naar bed gaan. Ligt u dan, in het donker op uw bed te fluisteren, bang om het licht aan te doen of de tv te starten. Gezellig is anders.
Voor gezinnen kijk ik bijna altijd naar appartementen of stacaravans. Je hebt een aparte slaapkamer voor de kids, een keuken (fijn voor het ochtendflesje of de snelle pasta als ze te moe zijn voor een restaurant) en een balkon of terras waar je zelf nog een wijntje kunt drinken als het grut slaapt. Glamping is wat dat betreft een uitkomst: wel de luxe van echte bedden, maar ook de vrijheid van buiten zijn.
Als we toch voor een hotel gaan, bijvoorbeeld tijdens een stedentrip, zoek ik specifiek naar familiekamers met een afscheiding of een suite. Het kost iets meer, maar je nachtrust is onbetaalbaar.
Bestemmingen: Denk buiten de geijkte kaders
Natuurlijk, Center Parcs is veilig en makkelijk. Maar laat je niet aanpraten dat verre reizen “zielig” zijn voor kinderen. Kinderen zijn flexibeler dan wij. Ze passen zich aan het klimaat en het ritme aan, zolang jij als ouder maar relaxed blijft.
Thailand is bijvoorbeeld een fantastische starter voor verre reizen met kinderen. De mensen zijn er dol op westerse kinderen (soms iets te dol, bereid je voor op veel knijpjes in wangen), het vervoer is goed geregeld en je kunt overal fruit en rijst krijgen.
Blijf je liever dichter bij huis? Denemarken is verrassend leuk. Ja, Legoland is de trekpleister, maar de stranden in Jutland zijn breed, schoon en rustig. En de Denen zijn ontzettend ingericht op gezinnen – in vrijwel elk restaurant is een speelhoek.
Wat ik wel afraad met hele kleintjes? Steden met veel hoogteverschil en slechte stoepen, tenzij je een draagzak-fanaat bent. Lissabon is prachtig, maar met een buggy over die kinderkopjes denderen is na een uur echt geen pretje meer.
Het ritme loslaten (tot op zekere hoogte)
Thuis draait alles om structuur. Op reis moet je dat een beetje laten varen. Misschien eten ze een keer ijs als avondeten. Misschien liggen ze pas om 22:00 uur in bed omdat jullie nog lekker op een terras zaten. So be it.
Ik merkte dat mijn kinderen vaak relaxter waren als ik dat zelf ook was. Als ik ging stressen over het missen van het middagslaapje, werd de sfeer grimmig. Als we de buggy gewoon platgooiden in een parkje of op het strand en ze daar even een uurtje tukten, was er niks aan de hand.
Eén uitzondering: honger. ‘Hangry’ kinderen (en ouders) zijn een recept voor rampen. Zorg dat je altijd, maar dan ook altijd, eten bij je hebt. Ik heb standaard mueslirepen in mijn cameratas, in het dashboardkastje en waarschijnlijk nog ergens in mijn jaszak van vorig jaar.
Budget tips voor reizende gezinnen
Reizen met kinderen is duur, laten we daar niet omheen draaien. Je betaalt in het hoogseizoen de hoofdprijs. Toch zijn er manieren om het binnen de perken te houden.
- Kinderen onder de 2 jaar vliegen vaak bijna gratis (op schoot). Profiteer daarvan! Maak die verre reis naar Azië of Amerika voordat ze twee worden en je de volle mep betaalt voor een stoel.
- Huizenruil. Wij hebben dit een paar jaar geleden ontdekt. Je ruilt jouw huis in Nederland met een gezin in Spanje of Zweden. Het kost je alleen de reis ernaartoe. Het grote voordeel: je komt in een huis dat al ‘kinderproof’ is, vaak vol speelgoed.
- Picknicken in plaats van lunchen buiten de deur. In veel landen is de supermarkt een feestje op zich. Stokbroodje, lokale kaas, wat fruit: leuker en goedkoper dan wachten in een restaurant met ongeduldige kinderen.
Uiteindelijk gaat het erom dat je herinneringen maakt. En ja, dat klinkt als een cliché tegeltjeswijsheid. Maar als ik nu terugkijk, herinner ik me niet die driftbui op het vliegveld van Bangkok. Ik herinner me dat mijn dochter voor het eerst een olifant zag, of hoe mijn zoontje urenlang met stenen speelde in een beekje in de Ardennen.
Pak die koffers, neem de helft van de spullen weer eruit, en ga. Het komt wel goed.
