Laatst stond ik op Schiphol met een vriend die voor het eerst naar Azië ging. Hij keek me ietwat paniekerig aan en vroeg: “Maar hoe werkt dat dan als ik daar land? Staat er iemand met een bordje?” Ik moest lachen. Nee, meestal staat er niemand met een bordje, tenzij je flink betaalt voor een luxe pick-up. Wat er wel staat? Een muur van hitte, een walm van uitlaatgassen gemengd met straatvoedsel, en tien taxichauffeurs die allemaal beweren dat ze je de beste prijs geven (spoiler: dat doen ze niet).
Een rondreis door Azië is voor velen de ultieme droom, maar de voorbereiding kan eerlijk gezegd overweldigend zijn. Het continent is gigantisch. Waar begin je? Ga je voor de klassieke “Banana Pancake Trail” in Thailand, of duik je de jungle van Sumatra in? Bij Travelboulevard krijgen we die vraag dagelijks. En eerlijk is eerlijk: er is geen perfecte route, alleen de route die past bij hoeveel chaos je aankan.
In dit artikel neem ik je mee door de routes die ik zelf heb afgelegd, de fouten die ik heb gemaakt (zodat jij ze niet hoeft te maken) en de plekken die de hype écht waard zijn. Geen gepolijst reisbureau-praatje, maar de realiteit van backpacken en flashpacken in Zuidoost-Azië.
Thailand: De perfecte “zachte landing”
Als je nog nooit in Azië bent geweest, is Thailand eigenlijk de enige logische startplek. Het is als Azië voor beginners, maar dan zonder dat het saai wordt. Alles is hier geregeld. Je kunt letterlijk op elke straathoek een bus, trein of boot boeken.
Bangkok is een stad waar je van houdt of die je haat. Mijn advies? Geef het twee dagen. Ga niet alleen naar de tempels zoals de Wat Arun. Pak ’s avonds een tuktuk naar Chinatown (Yaowarat Road). Het is daar een gekkenhuis van neonlichten en etenskraampjes. Probeer de Kway Chap (peperige noedelsoep met knapperig varkensbuikspek). Het kost je misschien 60 Baht (nog geen twee euro) en het is beter dan menig restaurant in Nederland.
Noord vs. Zuid: De eeuwige discussie
De meeste reizigers maken de fout om alles te willen zien in drie weken. Dat gaat niet. Je moet kiezen. Het noorden bij Chiang Mai en Pai is relaxter, groener en goedkoper. De rit van Chiang Mai naar Pai telt 762 bochten. Ik heb mensen groen en geel uit busjes zien stappen – neem alsjeblieft een reispilletje als je een zwakke maag hebt.
In het zuiden draait alles om de eilanden. Koh Tao is fantastisch als je wilt duiken, maar vermijd het als je rust zoekt in het hoogseizoen. Voor dat bounty-gevoel zonder de massa moet je tegenwoordig iets beter zoeken, bijvoorbeeld op Koh Kood of de rustigere delen van Koh Lanta.
Indonesië: Meer dan alleen Bali
Iedereen gaat naar Bali. En begrijp me niet verkeerd, ik kom er graag. De sfeer in Ubud of Uluwatu is uniek, en de smoothie bowls zijn nergens lekkerder. Maar Bali heeft een enorm verkeersprobleem. Een ritje van 10 kilometer kan je zomaar een uur kosten in Canggu. Houd daar rekening mee in je planning; je bent niet zo mobiel als je denkt.
Wil je het échte avontuur? Kijk dan verder:
- Pak de trein over Java. De route van Jakarta naar Yogyakarta en door naar Oost-Java is waanzinnig. Je rijdt dwars door rijstvelden en dorpen. Het kost bijna niks en de treinen (zeker de Eksekutif klasse) zijn comfortabeler dan de NS, met airco waar je u tegen zegt. Neem een trui mee.
- De zonsopkomst bij de Bromo vulkaan is een cliché, maar wel eentje die je moet doen. Het stof kruipt overal in en het is stervenskoud om 4 uur ’s nachts, maar als die zon opkomt boven het maanlandschap, ben je dat direct vergeten.
- Nusa Penida, vlakbij Bali, is prachtig voor Instagram-foto’s (Kelingking Beach), maar de wegen waren tot voor kort een drama. Het wordt beter, maar verwacht nog steeds dat je flink door elkaar geschud wordt op je scooter.
Vietnam: Chaos en koffiecultuur
Als je van eten houdt, staat Vietnam waarschijnlijk op één. De eetcultuur hier is rauw en direct. Je zit op plastic krukjes die eigenlijk voor kleuters bedoeld zijn, slurpt noedelsoep en kijkt naar het verkeer dat als een mierenhoop aan je voorbijtrekt. Oversteken in Hanoi vergt in het begin doodsverachting: gewoon lopen, oogcontact maken en niet stoppen of twijfelen. De brommers rijden wel om je heen.
Een absoluut hoogtepunt voor veel lezers van Travelboulevard is de Ha Giang Loop in het uiterste noorden. Je rijdt drie of vier dagen door bergen die zo steil zijn dat het lijkt alsof de weg tegen de rotsen is geplakt. Kan je zelf geen motor rijden? Huur een “Easy Rider”. Achterop zitten bij een lokale gids is vaak nog leuker ook, want zij kennen de plekken waar je de beste rijstwijn drinkt.
De harde cijfers: Wat kost het nu echt?
Laten we stoppen met het idee dat Azië “gratis” is. Ja, het is goedkoper dan Europa, maar de prijzen zijn na de pandemie echt gestegen. Zeker in toeristische hubs als Phuket of Seminyak.
Budget Insiders
- In Thailand betaal je voor een goed bord Pad Kra Pao op straat nu tussen de 50 en 80 Baht. Een biertje in een bar? Reken op 100-140 Baht.
- Indonesië heeft een vreemd fenomeen: alcohol is er relatief duur door de hoge importbelastingen. Wijn is vaak niet te betalen of smaakt naar azijn. Bintang bier is wel prima betaalbaar.
- Vluchten binnen Azië zijn niet meer de 20-euro-trips van vroeger. AirAsia en VietJet rekenen tegenwoordig flink door voor bagage. Soms is een “full service” maatschappij als Bangkok Airways inclusief bagage nauwelijks duurder.
Voor een comfortabele reis als koppel (privékamers met airco, af en toe westerse koffie, scootertje huren, excursies) moet je in 2024 rekenen op zo’n €40 tot €60 per persoon per dag. Kan het voor €25? Ja, als je in slaapzalen ligt en alleen lokaal eet. Kan het op €150? Makkelijk, als je in resorts verblijft.
Transport: Hoe verplaats je je?
Vergeet taxi’s die je op straat aanhoudt, tenzij je zin hebt in een onderhandeling van tien minuten over een bedrag van twee euro. De heilige graal in Zuidoost-Azië heet Grab (of Gojek in Indonesië). Het werkt precies zoals Uber.
Ik gebruik deze apps niet alleen voor ritten, maar ook voor etenstijd als ik even geen zin heb om de hitte in te gaan. Je kunt letterlijk alles laten bezorgen. Zit je in een trein of bus? Kijk dan naar 12Go Asia. Dat is veruit de betrouwbaarste site om tickets te boeken voor treinen, veerboten en bussen in de hele regio. Het scheelt je uren zoeken op onduidelijke lokale websites die niet in het Engels vertaald zijn.
Let wel op met scooters huren. In Thailand en Indonesië rijdt men links. De lokale bevolking rijdt… creatief. Als je thuis nooit scooter rijdt, is Azië niet de plek om het te leren. Ik heb genoeg toeristen met de bekende “Thai tattoo” (schaafwonden op kuiten en knieën) bij de apotheek in de weer gezien met betadine.
Gezondheid en “Bali Belly”
Het gaat een keer gebeuren. Je eet iets, drinkt iets met ijsblokjes van twijfelachtige herkomst, en je spijsvertering besluit te staken. “Bali Belly” of “Bangkok Belly” hoort er een beetje bij. Geen paniek. De lokale apotheken zijn uitstekend en verkopen middeltjes die vaak sneller werken dan wat je van thuis meeneemt.
Een tip uit eigen ervaring: wees voorzichtig met gesneden fruit dat al uren in een glazen kistje in de zon ligt. Vers fruit dat voor je neus wordt geschild? Doen. Een zakje mango dat er al een halve dag ligt? Misschien overslaan.
Conclusie: Gewoon gaan
Je kunt maanden blijven puzelen op de perfecte route. Je kunt uren vergelijken of je nu wel of niet naar de Gili-eilanden moet gaan. Maar de echte magie van een rondreis door Azië zit hem in het moment dat je de controle loslaat. Het moment dat de bus lek rijdt en je twee uur moet wachten in een dorpje waar niemand Engels spreekt, maar waar je wel de lekkerste gefrituurde banaan van je leven krijgt aangeboden door een tandeloze oma.
Plan de grote lijnen – je eerste hotel, je vluchten, je visum – en laat de rest lekker open. Azië is flexibel. Als je het ergens leuk vindt, blijf je langer. Vind je het niks? Dan pak je de volgende ochtend de bus (of de Grab) naar de volgende plek. Veel plezier!
