Laat me raden: je staart naar je beeldscherm, het regent buiten (standaard Nederlands weer), en je scrolt door foto’s van turquoise water en dampende noedelsoep. Zuidoost-Azië roept. En eerlijk is eerlijk, er is eigenlijk geen betere regio om je backpackcarrière te starten. Of om gewoon keihard te ontsnappen aan de sleur van 9 tot 5.
Ik heb zelf talloze keren die klamme hitte van Bangkok in mijn gezicht voelen slaan zodra de schuifdeuren van het vliegveld open gaan. Die geur van uitlaatgassen gemixt met sateetjes en riool? Gek genoeg ga je dat missen als je weer thuis bent. Zuidoost-Azië is makkelijk, relatief veilig en ja, nog steeds goedkoop als je een beetje oplet. Maar die route? En dat budget? Daar gaan de meeste mensen de mist in door óf alles kapot te plannen, óf totaal onvoorbereid te gaan.
Hier is geen opgepoetst reisbureau-praatje. Dit is hoe backpacken in Zuidoost-Azië écht werkt, inclusief de dingen die in de glanzende brochures worden weggelaten.
Het Budget: Is het nog steeds spotgoedkoop?
Vroeger hoorde je verhalen van reizigers die voor 500 euro een maand als een koning leefden. Laat dat idee maar een beetje varen. Het kán nog wel, als je in Lao-dorpen rijst eet en nooit een biertje drinkt, maar laten we realistisch zijn. De prijzen zijn gestegen, zeker in Thailand en de populaire plekken in Vietnam.
Toch krijg je hier nog steeds bizar veel waar voor je geld. Voor een gemiddelde backpacker moet je rekenen op een maandbudget tussen de €1000 en €1300. Dat is inclusief biertjes, excursies en af en toe een privékamer in plaats van een stapelbed.
Waar gaat je geld eigenlijk heen?
Het is handig om te weten waar je je euro’s aan stukgooit. Hier zit het verschil tussen platzak thuiskomen na drie weken of maandenlang weg kunnen blijven:
- Slapen in hostels kost je in landen als Thailand en Maleisië tussen de €7 en €15 per nacht voor een bedje in een slaapzaal. Ga je naar Cambodja of Vietnam, dan duik je daar vaak onder. Ik heb in Dalat (Vietnam) geslapen voor €4 per nacht, inclusief ontbijt. Geen grap.
- Eten is je kleinste zorg, zolang je maar doet wat de locals doen. Streetfood is bijna altijd verser, lekkerder en goedkoper dan restaurants. Een bord Pad Thai op straat kost je misschien €1,50. Ga je in een hip westers café zitten voor een avocadotoast? Reken op Amsterdamse prijzen.
- Transport hakt erin als je veel vliegt. Binnenlandse vluchten zijn goedkoop (soms twee tientjes), maar als je elke twee dagen verkast, telt dat op. De nachttrein is vaak een briljante oplossing: het bespaart je een overnachting en kost je rond de €25-€30 voor een comfortabel bed.
- Alcohol is de stille doder van je budget. Zeker in landen als Maleisië of Singapore (waar alcohol zwaar belast wordt) of op de Thaise eilanden. Een avondje stappen tikt harder aan dan drie dagen eten.
Een gouden tip die ik iedereen meegeef: zet een buffer opzij voor ‘onzin’. Je gaat die olifantenbroek kopen die je thuis nooit meer draagt. Je gaat opgelicht worden door een tuktuk-chauffeur (hoort erbij, is leergeld). En je gaat die duurdere tour doen omdat je nieuwe vrienden ook gaan. Reken op €150 buffer per maand.
De Route: De bekende ‘Banana Pancake Trail’
Er is een reden waarom iedereen ongeveer dezelfde ronde doet. De infrastructuur is er perfect voor ingericht. Je kunt natuurlijk van de gebaande paden afwijken – graag zelfs – maar de grote lijnen zijn logisch qua geografie en visa.
De klassieke lus, vaak gedaan in 2 tot 3 maanden, ziet er ongeveer zo uit:
1. Thailand: Het startschot
Bijna iedereen begint in Bangkok. Het is het kloppende hart van de regio. Je zult de eerste dagen waarschijnlijk op Khao San Road belanden, wat een circus is, maar stiekem wel gezellig voor een eerste keer. Vanuit daar trek je naar het noorden.
Chiang Mai is relaxter, groener en barst van de digitale nomaden. Huur hier een scooter (alleen als je kunt rijden, anders lig je zo in de greppel) en rijd de ‘Mae Hong Son Loop’. Pai is zo’n dorpje in de bergen waar mensen drie dagen plannen en drie weken blijven hangen. De sfeer is er zo relaxed dat je simpelweg vergeet te vertrekken.
2. Laos: Terug in de tijd
Vanuit Noord-Thailand steek je de grens over naar Laos. De ‘Slow boat’ over de Mekong richting Luang Prabang is een rituele ervaring voor backpackers. Twee dagen op een houten boot, biertje in de hand, kijkend naar de jungle. Laos is trager. Minder toeristisch dan Thailand, en de natuur is ruig. Vang Vieng was vroeger een losgeslagen feestdorp, maar is tegenwoordig meer gericht op outdoor activiteiten zoals kajakken en luchtballonvaarten, al kun je er nog steeds prima feesten.
3. Vietnam: Van noord naar zuid (of andersom)
Vietnam is lang en smal, dus je reist bijna altijd in één rechte lijn. Hanoi is chaotisch en geweldig. Je moet hier echt even wennen aan het oversteken: gewoon lopen en niet stoppen, de scooters ontwijken jou wel. Halong Bay (of het rustigere Cat Ba Island) is verplichte kost voor het uitzicht.
Veel reizigers kopen of huren een motor om de tocht naar Ho Chi Minh City te maken. De Hai Van Pass is legendarisch. Heb je minder tijd? Pak de nachttreinen. Sla Hoi An niet over; ja, het is toeristisch met al die lampionnen, maar de sfeer in de avond is magisch en het eten is er misschien wel het beste van het hele land.
4. Cambodja: Tempels en historie
Via de Mekong Delta kom je Cambodja binnen. Iedereen komt voor Angkor Wat bij Siem Reap – en terecht, het is waanzinnig bij zonsopgang – maar het land heeft meer. De geschiedenis is rauw en recent (Khmer Rouge), wat een bezoek aan Phnom Penh zwaar maar indrukwekkend maakt. Zoek je stranden die lijken op Thailand van 20 jaar geleden? Ga dan naar eilanden als Koh Rong Samloem. Het is er minder gepolijst, en dat is precies de charme.
Praktische zaken die niemand je vertelt
Je kunt honderd blogs lezen over voorbereidingen voor je reis, maar de realiteit leer je pas ter plekke. Laat ik je een voorsprong geven met wat dingen die ik door schade en schande heb geleerd.
Visums zijn soms gedoe
Ga er niet blind vanuit dat je overal een ‘visa on arrival’ krijgt. Voor Vietnam moet je dit bijvoorbeeld vooraf regelen (E-visum). Thailand geeft je bij aankomst doorgaans 30 dagen visumvrij, maar als je over land binnenkomt kan dat soms anders zijn afhankelijk van de regels van dat moment. Check dit altijd een week voor je een grens oversteekt, niet op de dag zelf.
Gezondheid: De beruchte ‘Bali Belly’
Of Bangkok Belly. Hoe je het ook noemt: je gaat een keer aan de race. Dat hoort erbij. Eet gewoon bij drukke straattentjes waar je het eten voor je neus gewokt ziet worden. Dat is vaak veiliger dan een westers buffet waar de rijst al drie uur warm gehouden wordt. En neem ORS mee. Serieus, als je twee dagen op de wc bivakkeert in een snikheet hostel, is dat zakje zoutoplossing je beste vriend.
Alleen reizen is niet eenzaam
Zeker in Zuidoost-Azië is solo reizen makkelijker dan met een groep. In elk hostel, in elke bus en bij elke tempel kom je mensen tegen. Iedereen zit in hetzelfde schuitje. Ik ben van nature best introvert, maar in Azië had ik soms moeite om even alleen te zijn omdat je zo makkelijk aanhaakt bij andere groepjes.
Wat moet er écht in je tas?
De grootste fout? Te veel meenemen. Je ziet ze lopen op het vliegveld: mensen met een backpack van 80 liter én een dagrugzak op hun buik. Niet doen. Je zweet je kapot en je hebt de helft niet nodig. 40 tot 50 liter is meer dan genoeg.
- Kleding wassen kost daar ongeveer een euro per kilo. Je krijgt het de volgende dag schoon, gevouwen en heerlijk ruikend terug. Neem dus kleding mee voor een week, niet voor een maand.
- Een sarong is het meest veelzijdige stuk stof dat je kunt bezitten. Het is een strandlaken, een laken voor in smerige bussen, een sjaal tegen de airco, en een rok om tempels mee in te mogen.
- Goede oordoppen. Azië is luid. Hanen kraaien om 4 uur ’s nachts, bussen toeteren non-stop en je dorm-genoot snurkt. Siliconen oordoppen redden je nachtrust.
- Een powerbank. Omdat je telefoon je camera, je kaart en je vertaalmachine is. Zonder batterij zitten in the middle of nowhere is onhandig.
Zuidoost-Azië is een gevoel
Uiteindelijk gaat backpacken hier niet om het afvinken van de highlights. Het gaat om die avond dat je met drie mensen die je net hebt ontmoet op een plastic krukje zit, ergens aan de kant van de weg in Hanoi, nippend aan een ‘Bia Hoi’ (vers bier) van 20 cent. Het gaat om de chaos die na twee dagen ineens als ritme begint te voelen.
Pin je niet te vast op een route. Misschien vind je Koh Tao wel zo fantastisch dat je er je duikbrevet gaat halen en twee weken blijft hangen. Of misschien vind je Phnom Penh verschrikkelijk en wil je er na een dag weg. Die vrijheid, dat is waar budget backpacken echt om draait. Boek je ticket, regel je eerste twee nachten in Bangkok, en laat de rest lekker op je afkomen. Veel plezier!
