Wintersport in Oostenrijk en Frankrijk: De Beste Gebieden

Het is elk jaar weer hetzelfde liedje in de vriendengroep-app. Ergens in september begint het: “Jongens, waar gaan we heen dit jaar?” De helft schreeuwt Oostenrijk vanwege de halve liters en de schlagers, de andere helft zweert bij Frankrijk omdat ze ‘echt’ willen skiën en niet na twee uur slappe sneeuw willen happen. Als fanatieke wintersporters bij Travelboulevard hebben we deze discussie al honderd keer gevoerd, en eerlijk: er is geen simpel winnaar. Het hangt er maar net vanaf wat voor type vakantieganger je bent.

Ik heb inmiddels flink wat kilometers in de benen in beide landen. Van wegwaaien op een kale Franse top tot aan de glühwein in een knusse Tiroler hut terwijl het buiten met bakken uit de hemel kwam. Laten we de kaart er eens bij pakken en niet alleen naar de pistekilometers kijken, maar naar de hele ervaring. Want laten we wel wezen: wintersport is meer dan alleen van een berg af glijden.

De ‘Vibe’: Betonblokken vs. Houten Chalets

Laten we beginnen met de olifant in de kamer: de esthetiek. Als je voor het eerst Frankrijk binnenrijdt richting een groot skigebied, kan de schrik je om het hart slaan. Fransen zijn pragmatisch. In de jaren ’60 en ’70 hebben ze bedacht dat zoveel mogelijk mensen, zo goedkoop mogelijk, zo hoog mogelijk moesten slapen. Het resultaat? Dorpen als Val Thorens, Tignes of Les Menuires (hoewel die laatste wel zijn best doet om op te knappen).

Het zijn vaak hoogbouwcomplexen die rechtstreeks uit een Sovjet-droom lijken te komen. Ik noem het liefkozend ‘Le Corbusier on Ice’. Het ziet er niet uit, maar man, wat is het functioneel. Je stapt je bed uit, trekt je ski’s aan en je staat op de piste. Geen skibussen, geen gewandel met zwaar materiaal op je schouder.

Kijk je naar Oostenrijk, dan zie je het tegenovergestelde. In dorpen als Gerlos, Saalbach of Kirchberg is sfeer ‘key’. Alles is hout, de daken hangen vol sneeuw en er hangt een geur van open haard door het dorp. Het is dat kneuterige gevoel – Gemütlichkeit – waar wij Nederlanders zo lekker op gaan. Het nadeel? Veel van die authentieke dorpen liggen in het dal. Dat betekent vaak dat je ’s ochtends eerst in de rij staat voor de gondel of, erger nog, in de skibus geperst wordt als haringen in een ton.

Sneeuwzekerheid en het ‘Echte’ Skiën

Hier wint Frankrijk het op punten, en dat is geen mening maar pure geografie. De meeste Franse topgebieden beginnen pas waar Oostenrijkse gebieden ophouden. Val Thorens ligt op 2300 meter. Dat is het dorp. In Oostenrijk is dat vaak de hoogste top.

Als je in januari gaat, maakt het weinig uit. Dan is Oostenrijk ook wit en koud. Ga je echter in maart of met Pasen? Dan is Frankrijk je redding. Ik heb in maart in Oostenrijk vaak genoeg meegemaakt dat ik na 13:00 uur aan het waterskiën was in de ‘Sulz’ (pap-sneeuw), terwijl je in Frankrijk op grote hoogte nog steeds poedersneeuw onder je latten had.

Daarnaast zijn de pistes anders:

  • In Frankrijk ski je vaak op ‘snelwegen’. Brede, eindeloze pistes waar je echt meters kunt maken. Omdat je boven de boomgrens zit, is het uitzicht waanzinnig weid, maar bij mist of sneeuwval zie je absoluut geen hand voor ogen (whiteout).
  • Oostenrijkse pistes zigzaggen vaker tussen de bomen door. Dat is niet alleen sfeervol, het geeft je ook contrast als het weer even tegenzit. Je ziet diepte door de bomen, wat skiën bij slecht zicht een stuk makkelijker maakt.

Wat kost dat nou? De Pijn in de Portemonnee

Hier zit een interessante paradox. Vroeger riep iedereen dat Frankrijk goedkoop was (“je slaapt in een schoenendoos voor niks”) en Oostenrijk duurder. Die tijden zijn wel een beetje veranderd. Tegenwoordig betaal je in Franse toprisorts de hoofdprijs voor je skipas. Een weekpas Les Trois Vallées tikt al snel de 350-400 euro aan. In Oostenrijk liggen die prijzen vaak iets lager, al kruipt het in gebieden als Ski Arlberg ook aardig richting dat niveau.

Maar dan het eten en drinken. Bereid je in Frankrijk voor op een kleine hartverzakking als je op de piste luncht. Acht euro voor een cola? Dertig euro voor een matige spaghetti bolognese? In Courchevel of Val d’Isère kijken ze er niet van op. Als je een budget planning maakt voor je reis, moet je hier echt rekening mee houden.

In Oostenrijk krijg je voor vijftien euro een Wiener Schnitzel waar je de rest van de middag op kunt teren, vaak inclusief saladebar. Het prijsniveau op de piste in Oostenrijk voelt veel eerlijker. In Frankrijk lossen we dit vaak op door zelf broodjes te smeren in het appartement (’s ochtends even langs de boulangerie, dat dan weer wel) en die in de lift op te eten. In Oostenrijk is de lunch in een berghut juist onderdeel van de cultuur.

De Cultuurshock: Après-ski vs. Clubbing

Als jouw wintersport niet compleet is zonder hossen op skischoenen, dan is Oostenrijk de enige logische keuze. Punt. De Oostenrijkse après-ski is een fenomeen op zich. Om vier uur ’s middags sta je in de MooserWirt (St. Anton) of de Cin Cin (Gerlos) met een halve liter bier te zingen over een vlieger of een cowboy. Het is lomp, het is gezellig en het verbroedert. Iedereen praat met iedereen.

Frankrijk probeert het wel, met name met de opkomst van La Folie Douce (openlucht clubs op de piste), maar de sfeer is totaal anders. Het is meer ‘zien en gezien worden’. Er staat een DJ house te draaien, er wordt dure champagne gespoten en mensen dansen op tafels met zonnebrillen van vijfhonderd euro op. Het voelt meer als een clubavond in de middag dan als een volksfeest. Ook leuk, maar je moet ervan houden.

Gebieden uitgelicht: Waar moet je zijn?

Om je een beetje richting te geven, heb ik een paar favorieten op een rij gezet, gebaseerd op verschillende reisbehoeften.

Oostenrijk: Voor de kilometer-vreters en sfeerzoekers

Ski Arlberg (St. Anton, Lech, Zürs)
Dit is misschien wel het beste gebied van Oostenrijk. Sinds de Flexenbahn in 2016 open ging, is alles verbonden. Je kunt hier gokken op sneeuwzekerheid en de dorpen zijn prachtig. Lech is chic (denk aan de koninklijke familie), St. Anton is het mekka van de feesten en het ruige terrein.

SkiWelt Wilder Kaiser – Brixental
Ideaal voor families en mensen die niet per se zwarte pistes hoeven te vreten. Het is een enorm web van liften en pistes, maar het ligt vrij laag. In een warm jaar ski je hier in maart tussen de groene weides door. Toch is het een van de gezelligste gebieden die ik ken, met om de paar honderd meter een nieuwe berghut.

Frankrijk: Voor de hoogte-verslaafden

Les Trois Vallées (Val Thorens, Meribel, Courchevel)
Met 600 kilometer piste is dit het grootste aaneengesloten skigebied ter wereld. Je hebt hier simpelweg een week lang geen bus nodig. Je kunt elke dag een andere tocht maken zonder dezelfde piste twee keer te zien. Val Thorens is de veilige keuze qua sneeuw (hoogste dorp van Europa), Meribel ligt centraler en bosrijker, Courchevel is voor de mensen met een dikke creditcard.

Espace Killy (Tignes & Val d’Isère)
Mijn persoonlijke favoriet voor sportieve skiërs. Het terrein is hier uitdagender dan in Les Trois Vallées. Val d’Isère is een van de weinige Franse dorpen met een authentieke oude dorpskern en sfeer, al betaal je daar ook voor. Tignes is lelijk beton, maar ligt aan een gletsjer, dus sneeuwgarantie is 100%.

Praktisch: De reis erheen

Vergeet niet dat de reis zelf ook een ding is. Oostenrijk is voor de meeste Nederlanders net iets dichterbij (pakweg 900-1000 km vanaf Utrecht), maar je moet bijna altijd langs München. En iedereen die wel eens op zaterdag in de vakantie langs München heeft gereden, krijgt nu spontaan stressvlekken bij het woord ‘Stau’.

Naar de Franse Alpen ben je vaak net iets langer onderweg (1000-1150 km) en je betaalt je scheel aan tol (Reken op zo’n 90 euro retour aan Péage, plus benzine). Maar: de wegen zijn vaak rustiger doorstromend dan de Duitse knelpunten, totdat je de bergpas op moet.

Ga je met de auto? Zorg dan dat je bent voorbereid. Winterbanden zijn in beide landen verplicht (in Frankrijk in berggebieden, in Oostenrijk bij winterse omstandigheden – wat dus altijd is). Vergeet ook je vignet voor Oostenrijk niet, anders begint je vakantie met een boete van 120 euro. Check voor vertrek altijd even een actuele inpaklijst of gids voor autovakanties om verrassingen onderweg te voorkomen.

Dus, wat wordt het hem?

Je kiest Oostenrijk als voor jou de vakantie bestaat uit gezelligheid, lekker eten, mooie ronde tochten tussen de bomen en een sfeer waarbij je je direct thuis voelt. Je neemt op de koop toe dat de sneeuw in het dal wat minder kan zijn en dat je soms in een bus moet stappen.

Je kiest Frankrijk als je komt om te presteren. Als je van 9:00 tot 17:00 op de latten wilt staan, kilometers wilt vreten en er zeker van wilt zijn dat je goede sneeuw hebt, ongeacht de temperatuur. Dat je daarvoor in een iets minder sfeervol appartement zit en zelf je stokbroodje smeert, is dan bijzaak.

Voor mij? Ik wissel het af. Het ene jaar wil ik die fysieke uitdaging van de Franse gletsjers, het jaar erop hunker ik naar een Kaiserschmarrn en een Oostenrijkse ‘Grüß Gott’. En voor wie echt niet kan kiezen: Italië (de Dolomieten) is vaak de perfecte gulden middenweg, maar dat is weer een heel ander verhaal voor een volgende keer.

Scroll naar boven