Laten we eerlijk zijn: de term ‘duurzaam reizen’ roept bij veel mensen direct beelden op van dure treintickets, kamperen in de regen of met een juten zak op je rug door de Veluwe sjokken. Helemaal onterecht is dat beeld niet, maar het mist de essentie. Bij Travelboulevard hebben we jarenlang de wereld rondgereisd, van luxe oorden tot hostels waar je je schoenen liever aanhield onder de douche. En wat ons opvalt: reizen met oog voor de planeet levert vaak juist een betere vakantie op, niet een mindere.
Het gaat niet om perfectie. Niemand verwacht dat je morgen stopt met vliegen of je auto inruilt voor een bakfiets voor een tocht naar Zuid-Frankrijk. Het gaat om keuzes maken die logisch zijn, voor zowel je portemonnee, je comfort als de omgeving. Ik weet nog goed dat ik voor het eerst de nachttrein naar Wenen pakte in plaats van het vliegtuig. Geen stress op Schiphol, geen rij voor de douane, maar een biertje in de restauratiewagon en wakker worden in Oostenrijk. Was het de snelste optie? Nee. Was het relaxter? Absoluut.
Waar hebben we het eigenlijk over? (Meer dan je handdoek hergebruiken)
De meeste hotels hebben tegenwoordig zo’n kaartje op de wastafel: “Red de planeet, hang uw handdoek op.” Prima initiatief, maar dat is natuurlijk peanuts als het hotel ondertussen het zwembad verwarmt met fossiele brandstof en al het eten laat invliegen. Echte duurzaamheid in het toerisme, of ecotoerisme, draait om grotere impact.
Het gaat erom waar je geld naartoe gaat. Blijft het in de lokale economie, of vloeit het weg naar een internationaal conglomeraat? Het gaat over ‘overtoerisme’ vermijden. Iedereen die recent in Venetië of hartje Amsterdam is geweest, weet dat te veel mensen op één plek de ervaring voor iedereen verpest. Duurzaam reizen betekent soms simpelweg: ga links waar de massa rechts gaat.
Het transport-dilemma: Vliegen, sporen of rijden?
Hier zit de grootste pijn, en ook de grootste winst. We weten allemaal dat vliegen een enorme footprint heeft. Maar voor een vakantie naar Bali pak je nu eenmaal niet de fiets. De kunst is om bewust te kiezen wanneer je wel en niet vliegt.
- Voor bestemmingen binnen de 700 à 800 kilometer is de trein of auto vaak een serieuze concurrent voor het vliegtuig als je deur-tot-deur kijkt. Reken de reistijd naar de luchthaven, het wachten en de transfer mee, en die vlucht naar Londen of Parijs is ineens niet zoveel sneller.
- Als je vliegt, kies dan voor direct. Het opstijgen en landen kost de meeste brandstof. Een overstap is niet alleen gedoe met koffers die kwijtraken, het verdubbelt vaak de impact van je reis.
- Maak van de reis een onderdeel van de vakantie. Met de auto door Europa toeren geeft je de vrijheid om te stoppen in dorpjes die op geen enkele ‘Top 10’-lijst staan. Daar vind je vaak het échte vakantiegevoel.
- Compensatieprogramma’s voor CO2 zijn beter dan niets, maar zie het niet als een aflaat waardoor je onbeperkt kunt uitstoten. Het duurt jaren voordat die geplante bomen jouw vlucht hebben opgenomen.
Accommodaties: Hoe herken je ‘Greenwashing’?
Er kleeft veel marketing aan de term ‘eco-lodge’. Ik heb in zogenaamde eco-hotels geslapen waar de airco op standje vrieskist stond en de ontbijttafel vol lag met plastic verpakkingen. Dat is greenwashing: je groener voordoen dan je bent.
Wil je echt groen overnachten? Kijk dan verder dan de naam. Zoek naar officiële certificeringen zoals Green Key of het Europese Ecolabel. Maar gebruik ook je gezond verstand. Een kleinschalige B&B gerund door een lokaal gezin is vaak per definitie duurzamer dan een gigantisch ‘eco-resort’ dat net een stuk mangrove heeft gekapt voor het uitzicht.
Kamperen blijft natuurlijk een van de groenste opties, zeker in Nederland. Op Travelboulevard hebben we talloze campings in eigen land bezocht. Van de Wadden tot de heuvels in Limburg; als je in een tentje slaapt en lokaal je boodschappen doet, is je impact minimaal. Tegenwoordig heb je ook steeds meer natuurcampings waar auto’s niet toegestaan zijn op het terrein zelf. Dat klinkt als gedoe met sjouwen, maar de stilte die je ervoor terugkrijgt is onbetaalbaar.
Support Locals: Waarom ‘All-Inclusive’ vaak funest is
Dit is een punt waar ik me persoonlijk nogal druk om kan maken. All-inclusive resorts zijn makkelijk, zeker met kinderen, dat snap ik heus wel. Je weet wat je kwijt bent. Maar economisch gezien zijn ze vaak een ramp voor de bestemming. Je betaalt vooraf aan een touroperator in Nederland of Duitsland. Je eet en drinkt binnen de muren van het resort. Je boekt excursies via het hotel.
Het gevolg? De lokale restauranthouder, de bakker en de onafhankelijke gids zien geen cent van jouw komst. Terwijl zij wel de lasten dragen van waterverbruik en afval. Wil je je vakantie duurzamer maken zonder in te leveren op plezier? Ga lunchen buiten de deur. Koop souvenirs bij een ambachtsman, niet in de taxfree shop. Het eten is vaak lekkerder, authentieker en goedkoper.
Praktische tips voor minder ‘meuk’ op reis
We nemen vaak veel te veel spullen mee die we na één keer gebruiken weggooien. Zeker in warme landen waar kraanwater niet drinkbaar is, zie je de berg plastic flessen per dag groeien. Dat kan anders.
- Investeer in een waterfles met filter, zoals een LifeStraw of vergelijkbaar merk. In veel landen kun je daarmee gewoon veilig kraanwater drinken. Het bespaart je tientallen euro’s aan flessenwater en bespaart de bestemming een berg plastic afval.
- Neem blokken zeep en shampoo mee (shampoo bars). Geen lekkende flessen in je koffer, geen plastic verpakking, en ze gaan drie keer zo lang mee. Bovendien scheelt het gewicht/vloeistoffen bij de douane als je toch vliegt.
- De ‘boodschappentas’. Klinkt suf, maar stop standaard een opvouwbaar tasje in je daypack. In Azië of Zuid-Amerika krijg je vaak bij elk wissewasje een plastic zakje. “No plastic bag, please” zeggen werkt beter als je je eigen tasje laat zien.
- Zonnebrandcrème is een sluipmoordenaar voor koraalriffen. Als je gaat snorkelen of zwemmen in zee, koop dan rif-vriendelijke zonnebrand. De chemicaliën in standaard crème (zoals oxybenzone) kunnen koraal bleken en doden.
Dichtbij is het nieuwe ver weg
We zijn op Travelboulevard altijd groot fan geweest van de ‘staycation’, lang voordat het woord hip werd door corona. Nederland heeft prachtige plekken die je makkelijk over het hoofd ziet als je alleen maar bezig bent met Bali of Costa Rica.
De Waddeneilanden zijn bijvoorbeeld een wereld op zich. Vlieland en Schiermonnikoog zijn autoluw; zodra je van de boot stapt, vertraagt je tempo. Of neem de Veluwe buiten het hoogseizoen. Als je vroeg in de ochtend gaat wandelen, sta je oog in oog met een wild zwijn of een edelhert. Dat soort ervaringen doen fysiek niet onder voor een safari, alleen de temperatuur en de setting zijn anders.
Slow Travel: Langer blijven loont
Een trend die we steeds meer zien, en die we toejuichen, is ‘slow travel’. In plaats van drie stedentrips van een weekend per jaar (drie keer vliegen, drie keer haasten), kies je voor één langere vakantie van drie weken. Je dompelt je onder in de cultuur, je leert de buurt kennen, en je hoeft niet na twee dagen alweer in te pakken.
Dit werkt ook voor verre reizen. Als je die transatlantische vlucht pakt, blijf dan zo lang mogelijk. Combineer werk en vakantie als dat kan (workation), of spaar je vakantiedagen op. Een vlucht naar Nieuw-Zeeland voor twee weken is ecologisch gezien een misdaad en fysiek een uitputtingsslag. Ga je zes weken? Dan wordt de ‘uitstoot per vakantiedag’ ineens een stuk lager.
Is ecotoerisme duurder?
Er bestaat een hardnekkig misverstand dat groen reizen duur is. Ja, de trein naar Zuid-Frankrijk is in het hoogseizoen vaak duurder dan een ticket met een budget airline (bizar, maar waar). Maar er staat veel tegenover.
Kamperen, fietsvakanties en wandelen zijn budgetvriendelijk. Lokaal eten bij stalletjes in plaats van in internationale hotelketens is goedkoper. Minder vliegen bespaart geld dat je kunt investeren in een betere ervaring ter plaatse. Het is een kwestie van budget verschuiven: minder geld naar tickets en brandstof, meer geld naar lekker eten en activiteiten.
Uiteindelijk draait duurzaam reizen op Travelboulevard niet om het vingertje. Het draait om bewustzijn. Geniet van de wereld, maar zorg dat er over vijftig jaar nog iets te genieten valt. Soms betekent dat de trein pakken, soms betekent dat simpelweg nee zeggen tegen een plastic rietje in je cocktail. Alle kleine beetje helpen, echt waar.
