Vakantie in Eigen Land: De Mooiste Plekken van Nederland

Eerlijk is eerlijk: vroeger dacht ik bij ‘vakantie in Nederland’ vooral aan verregende tentjes in Drenthe en files richting Zandvoort. Ik wilde palmbomen, vreemde talen en die specifieke geur van asfalt in een warm land. Maar na jarenlang voor Travelboulevard de wereld rondgereisd te hebben, van Aziatische jungles tot Amerikaanse roadtrips, ben ik met compleet andere ogen naar ons eigen koude kikkerlandje gaan kijken. En weet je? We onderschatten het enorm. Vakantie in eigen land is niet de troostprijs; het is vaak precies wat je nodig hebt, mits je weet waar je moet zoeken en de standaard toeristenvallen (ik kijk naar jou, Giethoorn in het hoogseizoen) weet te vermijden.

Het ‘Buitenlandgevoel’ zonder de grens over te gaan

Vaak hoor ik van lezers dat ze wel in Nederland willen blijven, maar toch even helemaal weg willen zijn. Dat gevoel dat je telefoon uit kan en je niet meer bezig bent met de boodschappen van morgen. Het grappige is dat Nederland plekken heeft die totaal niet-Nederlands aanvoelen.

Neem nu Zuid-Limburg. Als je met de auto de A2 afzakt en voorbij Geleen komt, verandert het landschap. Ineens zijn er heuvels, vakwerkhuizen en – laten we eerlijk zijn – een culinaire cultuur die net iets bourgondischer is dan in de Randstad. Ik heb vorig jaar een weekend in het Heuvelland doorgebracht, vlakbij Epen. Je waant je daar oprecht in Noord-Frankrijk. Het tempo ligt lager en het dialect klinkt als muziek. Als je hier bent, pak dan niet de standaard Cauberg (veel te druk met wielrenners), maar zoek de kleinere weggetjes richting de Voerstreek.

Ook de kleur van het water in Zeeland kan je verrassen. Op een goede dag in juli, als de zon hoog staat bij de Oosterschelde, kleurt het water azuurblauw. Klinkt als een verkooppraatje, maar ga maar eens kijken bij het strandje van Vrouwenpolder. Versgebakken kibbeling erbij – wel even opletten voor de meeuwen, die zijn daar brutaal als de pest – en je bent er echt even uit.

De Waddeneilanden: Onze eigen ‘Wadden-Ibiza’s’?

Er is een soort eeuwige discussie onder Nederlanders: welk eiland is het leukst? Texel is groot en heeft alles, maar voelt soms gewoon als Noord-Holland met water eromheen. Voor het echte eilandgevoel pak ik liever de boot naar Vlieland of Schiermonnikoog. Waarom? Omdat je je auto moet laten staan.

Het moment dat je op de veerboot stapt in Harlingen en die zware dieselmotor hoort pruttelen, valt de stress van je schouders. Op Vlieland is het stil. Geen geraas van snelwegen, alleen de wind en het geknisper van schelpenpaden onder je fietsbanden.

Mijn favoriete herinnering is een nazomerdag op de Vliehors. Dat noemen ze niet voor niets de ‘Sahara van het Noorden’. Je staat daar op een zandvlakte zo groot dat je je oriëntatie bijna verliest. Geen strandtenten met dreunende beats, maar pure leegte. Als je geluk hebt, zie je zeehonden liggen zonnen alsof ze de eigenaar van de plek zijn. Tip van mij: boek die Vliehors Expres. Het is zo’n knalgele truck die je over het zand rijdt. Lekker toeristisch? Zeker. De moeite waard? Absoluut.

Kamperen, Glamping of toch een Natuurhuisje?

Omdat we bij Travelboulevard alles coveren, van budgetgidsen tot luxe uitspattingen, krijg ik vaak de vraag: “Waar moeten we slapen?” De tijd dat je alleen kon kiezen tussen een muffe bungalow op een groot park of een lekkend tentje is gelukkig voorbij.

Wat mij opvalt de laatste jaren is de explosie van bijzondere slaapplekken. Staatsbosbeheer heeft bijvoorbeeld van die geweldige boshuisjes. Je zit midden in de natuur, zonder wifi, en ’s ochtends staan de reeën letterlijk in je voortuin. Het vergt wel wat planning; deze pareltjes zitten vaak maanden van tevoren volgeboekt.

Als je liever gaat voor wat meer comfort (ook wel glamping genoemd, al heb ik een hekel aan dat woord), kijk dan eens buiten de gebaande paden.

  • In Drenthe struikel je tegenwoordig over de yurts en safaritenten. Ik sliep ooit in een boomhut bij Ruinen waar het ontbijt in een mandje omhoog getakeld werd. Kost wat, maar je voelt je weer even zes jaar oud.
  • Vergeet de boerencampings niet. Vroeger was dat een grasveld vol koeienvlaaien, nu zijn het vaak miniresorts met uitstekend sanitair. Het grote voordeel is de ruimte. Geen buurman die op twee meter afstand zijn haringen in de grond slaat, maar weids uitzicht over de polder.
  • Voor de stadsmensen die wel groen willen maar niet vies: Tiny Houses zijn een blijvertje. Vooral op de Veluwe zie je hele parken ontstaan. Perfect voor een solo-trip of een romantisch weekend, want je kunt je kont er niet keren, dus je moet elkaar wel aardig vinden.

Stedentrips: Verder kijken dan 020

Natuurlijk, Amsterdam is prachtig. Maar als local weet je ook: als je wilt ontspannen, moet je de Grachtengordel op zaterdagmiddag mijden als de pest. Nederland zit bomvol steden die minstens zoveel charme hebben, maar waar je nog wel normaal door de straten kunt lopen.

Deventer is zo’n stad waar ik telkens weer op verliefd word. Het Bergkwartier is net een openluchtmuseum, maar dan eentje waar mensen echt wonen. Je hebt daar kleine boekwinkeltjes, vreemde antiekzaken en cafés waar de barman nog tijd heeft voor een praatje. En als je daar bent: neem dat pontje over de IJssel. Het uitzicht op de skyline van Deventer vanaf de overkant is misschien wel het mooiste stadsgezicht van Nederland.

Een andere underdog is Leiden. Iedereen gaat naar Delft (ook mooi), maar Leiden heeft die rauwe studentensfeer gecombineerd met statige grachtenpanden. Huur een sloepje. Serieus, doe het. Vanaf het water zie je dingen die je wandelend mist, zoals de verstopte hofjes en terrassen die aan het water drijven.

Praktische zaken: Het weer en de portemonnee

Laten we niet doen alsof het altijd feest is. Vakantie in eigen land vraagt om een bepaalde mindset, vooral wat betreft het weer. Ik heb geleerd om nooit, maar dan ook nooit, op de weersverwachting te vertrouwen die langer dan 24 uur vooruit kijkt. Het Nederlandse weer is wispelturig.

Mijn inpak-strategie is simpel: laagjes. Ik heb in augustus dagen gehad dat ik in mijn korte broek liep te rillen, en in oktober dagen dat ik op het terras zat in mijn T-shirt. Een goede regenjas is belangrijker dan je zonnebril. En investeer in goede wandelschoenen; Nederland is plat, maar na 20 kilometer door de duinen voel je je voeten echt wel.

Budgetplanning

Veel mensen denken dat dichtbij huis blijven goedkoop is. Fout. Nederland is duur. Een dagje uit met een gezin tikt hard aan als je lunch, parkeren en entreegelden bij elkaar optelt. Vier euro voor een cappuccino is inmiddels de norm in de leuke tentjes.

  • Parkeren is een stille budgetmoordenaar, vooral in steden als Utrecht of Haarlem. Gebruik P+R terreinen. Het scheelt je de helft en je zit vaak zo met de tram of bus in het centrum.
  • De Museumkaart is goud waard als je van plan bent meerdere steden te bezoeken. Na drie bezoeken heb je hem er vaak al uit.
  • Uit eten gaan kan prijzig zijn, maar de kwaliteit van ‘daghappen’ of eetcafés is de laatste jaren flink omhoog gegaan. Je hoeft niet per se naar een sterrenrestaurant voor goed, lokaal eten. Let op waar de locals zitten – als een zaak op dinsdagavond vol zit, is het goed.

Het eindoordeel

Vakantie in eigen land is wat mij betreft een kunst van herwaardering. Het gaat erom dat je stopt met vergelijken. Nee, de Noordzee is niet de Middellandse Zee. Hij is wilder, grijzer en kouder. Maar dat heeft zijn eigen charme. Een strandwandeling bij windkracht 6, om daarna met rode wangen aan de warme chocomel (met slagroom, uiteraard) te zitten, geeft een voldoening die je op een tropisch strand niet snel vindt.

Of je nu kiest voor de stilte van de Drentse heide, de bourgondische gezelligheid van Maastricht of het uitwaaien op Vlieland: Nederland heeft bizar veel te bieden op die paar vierkante kilometer. Je moet er alleen wel even voor openstaan. En vergeet die regenponcho niet.

Scroll naar boven